Basisonderwijs  
Taalpilots
Beginnend lezen. Stem het af!

Little girl reading, Morisot Leesplannen van basisscholen zijn vaak versnipperd. De leerkracht in groep 1 of 2 stemt zijn activiteiten niet af op wat de leerkracht in groep 3 doet en andersom. Hoe ga je nu te werk als je een gezamenlijk beleid voor beginnend lezen wilt ontwikkelen?
Paul Filipiak in: JSW, JAARGANG 93, APRIL 2009

Een school heeft de volgende plannen:
• In groep 1 en 2 gaan we werken aan een voorschotaanpak voor beginnende geletterdheid.
• Voor groep 3 gaan we het gebruik van de nieuwe methode voor beginnend lezen optimaliseren.
• We krijgen een teamtraining voor voortgezet technisch lezen in groep 5 t/m 8.
• Voor leesbevordering schaffen we meer AVIboeken aan.
• In groep 4 gaan we een nieuwe methode voor technisch lezen invoeren.

Deze verbeteringsonderwerpen van een denkbeeldige school vind je terug in veel leesplannen van basisscholen. Die blijven vaak gevangen in de historisch gegroeide situatie van versnipperd leesonderwijs, mede veroorzaakt door niet op elkaar afgestemde leesmethoden. Hoe kun je in het kader van beginnend lezen de leertijd, leerstof, toetsing, differentiatie en de didactiek op elkaar afstemmen?

Maak eerst een indeling in beginnend lezen in groep 1 t/m 4 en voortgezet lezen in groep 5 t/m 8. Dat is overzichtelijk en vormt de start voor het afstemmen van het leesonderwijs in de school. Beginnend lezen moet je stroomlijnen binnen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leerkrachten van groep 1 t/m 4. Het gaat dus zeker niet alleen om een doorgaande lijn op papier. Het komt vaak voor dat leerkrachten te weinig weet hebben van elkaars onderwijs. Weet de leerkracht van groep 4 bijvoorbeeld wat de leerkracht van groep 1 en 2 doet aan beginnend lezen? Is in groep 4 bekend hoe de differentiatie van het lezen in groep 3 plaatsvindt?
De schooldirectie dient naar mijn idee de communicatie tussen de leerkrachten te organiseren en te faciliteren met tijd en informatie, passend bij de methoden van de school.


1 AFSTEMMING EFFECTIEVE LEERTIJD

Meer tijd om iets te leren is van grote invloed op de leerresultaten van veel kinderen. Förrer, Leenders en Vernooy (2008) geven in een kwaliteitskaart voor de Taalpilots (Kwaliteitsagenda PO) bijvoorbeeld aan, hoeveel tijd je aan diverse taalonderdelen zou moeten besteden.
Daarbij moet je inzetten op effectieve leertijd. Regelmatig gaat bij het leren lezen in groep 3 en 4 veel tijd op aan het ‘hengelen’ naar antwoorden op vragen en het afmaken van werkbladen, in plaats van aan het daadwerkelijk lezen. Om nog maar te zwijgen van gedragsproblemen die veel tijd vragen.

Leesdeskundige Richard Allington vond dat in de minder effectieve leesles de kinderen slechts 15 tot 20 minuten van elk uur dat voor lezen op het rooster stond, echt lezen. Mede hierdoor kan het volgens hem vóórkomen, dat bij goede leerkrachten de laagst presterende leerlingen lezen op het niveau van de gemiddelde presteerders van minder goede leerkrachten. Hij vond ook dat vanaf groep 3 een minimum van 90 minuten lezen, echte leestijd, per dag noodzakelijk is. Klassen waarin dit gebeurde, bleken tot de succesvolle klassen te
behoren.


2 AFSTEMMEN VAN LEERSTOF

Bij beginnend lezen kun je gebruik maken van de ‘Tien tussendoelen beginnende geletterdheid’, maar daar plaats ik wel enkele kanttekeningen bij:
• Ze lopen slechts door t/m groep 3, waarin het beginnend lezen nog niet is afgerond.
• Ze sluiten niet concentrisch aan op de ‘Tussendoelen gevorderde geletterdheid’.
• We missen een aantal tussendoelen voor klankonderscheiding, woordenschat en de visuele herkenning van letters.
• Ze leggen te weinig accent op het klank- en letterbewustzijn.

Verder is het zo, dat de ontwikkeling van kinderen meer lijkt op het klauteren in een boom dan op het beklimmen van een ladder. Tussendoelen lijken te veel op een ladder. Het is niet voor niets dat het onderwijsdepartement van West-Australië in 1997 sprak van ‘Indicatoren van leesontwikkeling’ en van ‘Sleutelindicatoren’. Deze zijn niet strikt lineair van aard. Ook doet de volgende complicatie zich voor: in de programma’s en methoden van de scholen zijn leerlijnen te vinden die niet passen bij externe tussendoelen en referentieniveaus.

Klank-letteractiviteiten
De methode Schatkist (Zwijsen) werkt met de tien tussendoelen voor beginnende geletterdheid, waaronder taalbewustzijn en het alfabetisch principe. In het kader van het beginnend lezen zijn deze onderdelen zeer belangrijk. In Schatkist kan hier nog meer accent op worden gelegd. Het is belangrijk om binnen de brede beginnende geletterdheid juist hierop nadruk te leggen; het gaat immers om de belangrijkste voorspellers van succes in technisch lezen van kinderen in groep 3-4 en het werkt ook langer positief door.

De werkmap Fonemisch bewustzijn (CPS) is uitgebreider en gestructureerder wat betreft activiteiten op dit gebied, deze kun je inpassen in een thematisch kleuterprogramma. Het begint al op eenvoudig niveau met klank- en letterbewustzijn in groep 1 en heeft ook een mogelijk lijstje om het niveau van klank- en letterbewustzijn van kinderen in groep 1 en 2 te volgen en door te geven aan de collega’s van groep 3.

Veel methoden voor aanvankelijk lezen veronderstellen een goed ontwikkeld fonemisch en alfabetisch bewustzijn in groep 3. Opvallend is daarbij dat het leren lezen in bijvoorbeeld de nieuwste versie van de methode Veilig leren lezen (Zwijsen), maar ook in andere methoden voor beginnend lezen, in een hoog tempo verloopt. Hierdoor kunnen kinderen met een onvoldoende fonemisch en alfabetisch bewustzijn snel achterlopen. Aandacht hiervoor in groep 1 en 2 is dan ook onmisbaar. Ook daarom is het goed om aan het begin van groep 3 de eerste twee weken veel aandacht te besteden aan dit fonemisch en alfabetisch bewustzijn, bijvoorbeeld
met activiteiten uit de map Fonemisch bewustzijn. De leerkrachten van groep 1-2 geven hierover informatie aan die van groep 3, zodat deze vanaf het begin van het schooljaar extra tijd uittrekken voor de zwakkere lezers dus niet pas ná de herfstsignalering).

Onderwijsassistentie in de eerste helft van groep 3 is daarbij vaak onmisbaar. Maak gebruik van de methodische materialen die een beroep doen op het fonemisch en alfabetisch bewustzijn, zoals bijvoorbeeld de structureerstroken (Veilig leren lezen).

Tekst verwerken (Noordhoff) is een methode die in groep 4 begint met leesproblemen zoals het decoderen van letterclusters, spellingpatronen, afleidingen en samenstellingen. Hoe sluit deze aandacht voor letters en letterclusters aan bij de leerlijn van de methode voor beginnend lezen? Welke kinderen hebben in groep 3 moeite met deze letters en letterclusters? Het blijkt bijvoorbeeld dat Veilig leren lezen en Tekst verwerken qua leerstof niet goed op elkaar aansluiten. Zou het remediërend materiaal Woordzetter van Veilig leren lezen in groep 4 voor zwakke lezers nog te gebruiken zijn? Hoe zit dat met het remediërend materiaal van de eigen methode? Waar zitten hiaten en hoe vul je die in?


3 TOETSING

Indien je in groep 1-2 gestructureerd werkt met activiteiten op het gebied van het fonemisch en alfabetisch bewustzijn, dan krijg je al snel door welke kinderen daarvoor gevoelig zijn. Dat begint al heel jong met een gevoeligheid voor rijmpjes en versjes. Je verzamelt dus gedurende de hele kleuterperiode beelden van kinderen, die je kunt overdragen aan de leerkracht van groep 3. Daarbij zijn geen complexe en tijdrovende toetsen nodig. Een en ander kan bijvoorbeeld ook met ‘Inschatting van het niveau van beginnend lezen’ uit Klankletteractiviteiten met kleuters (Onderwijs Maak Je Samen). De informatie verzamel je én je bepaalt
de overdracht ervan aan de groep 3-leerkracht, je draagt bij aan vroegtijdige opsporing van en hulp
voor risicolezers.

De recente methoden voor beginnend lezen in groep 3 en 4 bevatten methodegebonden toetsen, op grond waarvan je een gerichte herhaling of verrijking kan bepalen. Als je al vanaf groep 1 informatie over het beginnend lezen van kinderen hebt verzameld, kun je de resultaten van deze toetsen beter interpreteren. Dyslexiedeskundige Sally Shaywitz merkte op dat al voordat kinderen met het echte lezen beginnen, duidelijk moet zijn dat ze er problemen mee hebben, zodat ze vanaf het begin van groep 3 al extra aandacht kunnen krijgen en niet pas vanaf de herfstsignalering.


4 DIFFERENTIATIE

De methode Veilig leren lezen, werkt met een differentiatie van ‘Maan-raket, Ster en Zon’. De
methode veronderstelt een goed klank/letterbewustzijn en heeft een hoog tempo. Ook wil de
laatste versie de kinderen echt laten lezen − met gekende letters − en dit eerder automatiseren,
zodat alle kinderen eind groep 3 minimaal AVI 2 beheersen. Aandacht voor beginnend lezen in
groep 1 en 2 en het hogere leertempo leiden tot een grotere behoefte aan differentiatie in groep 3 en 4.

Daarvoor zijn onder andere differentiatiematerialen in methoden voor beginnend lezen beschikbaar, zoals de Ringboekjes en de boekjes Veilig & Vlot (basismateriaal) bij de methode Veilig leren lezen. Maar hoe gaat de differentiatie verder in groep 4 en hoe spelen de collega’s van groep 1 en 2 daarop in?

Voor kinderen die veel leeshulp nodig hebben, bevat de methode Tekst verwerken materialen
en aanwijzingen om de instructie- en leertijd te verlengen. Verder bevat iedere les ook een aanbod
voor kinderen die meer aankunnen: differentiatie voor gemiddelde, zwakke én goede lezers. Hoe
sluit dat aan op het differentiatiesysteem van de in groep 3 gehanteerde leesmethode?

Iedere week biedt Tekst verwerken twee lessen technisch lezen. De ene is een complete instructieles,
de tweede is een les zelfstandig lezen. In een instructieles komen een of meer leesvaardigheden
aan bod. De groepsinstructie staat centraal. Voor de zwakke leerlingen bereid je deze groepsinstructie
voor en breidt hem uit met een voorinstructie en een verlengde instructie. Kan de leerkracht in
groep 3 de kinderen aan het eind van het schooljaar al voorbereiden op deze lesorganisatie?

Als je gebruik wilt maken van de leerlijn leesbevordering in Tekst verwerken, moet je daarvoor per
week ongeveer 30 minuten in het rooster inplannen. Ten slotte krijg je het advies om wekelijks
enige tijd te reserveren voor voorlezen/vertellen. Met andere woorden, past de aandacht voor leesbevordering
in de methode voor voortgezet technisch lezen bij de leesbevordering in groep 1 t/m 3?


5 DIDACTIEK

Bosman (2007) noemt, naast het belang van voldoende effectieve onderwijs- en leertijd, het belang van kwalitatief goed leesonderwijs. Ze noemt uitgangspunten voor goede leerkrachtvaardigheden voor
bijvoorbeeld het beginnend leesonderwijs in groep 3, die vooral te maken hebben met het toepassen van directe instructie: het laten zien van het concrete doel van de les. Dus oefen elk nieuw onderwerp eerst geïsoleerd en koppel daarna de nieuwe aan de oude kennis. Daarbij dien je veel te laten zien, voor te doen, te verwoorden,
begeleide oefening in de verlengde instructie te organiseren en gerichte feedback te geven op basis van de observaties of toetsen uit de methode.

Ze stelt verder dat het leren lezen en spellen op elkaar moet worden afgestemd. In de klankzuivere periode dien je verder de klanken meteen te ordenen in lange klanken, korte klanken, tweetekenklanken
en medeklinkers, zodat kinderen hieraan een geheugensteun hebben. Bepaalde vaste oefeningen moeten in elke instructieles terugkomen, met elke dag een auditief dictee. Vanaf begin groep 3 oefenen de kinderen de schrijfwijze van elke letter en werken ze met een gebarenalfabet, hetgeen bijdraagt aan een multisensoriële
aanpak van het beginnend lezen.


AAN DE SLAG

Samenvattend kun je bij beginnend lezen het beste aan de slag gaan aan de hand van de volgende punten.
1 Bespreek met elkaar hoe je de effectieve leertijd van beginnend lezen kunt realiseren zodat leesproblemen vroegtijdig worden herkend. Daardoor krijg je meer tijd om zwakkere lezers aan het eind van groep 4 op AVI-5/6 te brengen.
2 Vertel aan elkaar welke leerstof van beginnend lezen je in de eigen groep biedt. Laat elkaar dat zien en bespreek hoe je op dit gebied afstemming kunt realiseren.
3 Vertel aan elkaar welke informatie over beginnend lezen je verzamelt over de leerlingen en hoe je die op een haalbare wijze aan elkaar kunt overdragen.
4 Stem de differentiatie (gemiddelde, zwakke en goede lezers) in de groepen 1 t/m 4 steeds op elkaar af.
5 Leg aan elkaar uit hoe je activiteiten van fonemisch en alfabetisch bewustzijn uitvoert in groep 1-2, hoe je een les beginnend lezen in de eerste helft van groep 3 geeft en hoe een les voortgezet technisch lezen in groep 4 eruitziet. Stem dat op elkaar af.

Veel succes!

De auteur is verbonden aan Onderwijs Maak Je Samen.
Voor reacties:
p.filipiak@home.nl

Literatuur
• Förrer, M., Y. Leenders & K. Vernooy (2008). Effectief leesonderwijs
nader bekeken. Projectbureau Kwaliteit, PO-raad. (Te downloaden via:
www.taalpilots.nl, ga naar Implementatiekoffer, Kwaliteitskaarten,
Kwaliteitskaart Tijd voor lezen en taal).
• Bosman, A. M. T. (2007). Zo leer je kinderen lezen en spellen. Tijdschrift voor
orthopedagogiek, (46)11, pp. 451-465.
• Filipiak, P. (2007). Snel en traag leren lezen. JSW, (91)7, pp. 16-19.

© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact