Basisonderwijs  
Taalpilots
Beginnen met beelden

Kinderen met hoor- en spraakmoeilijkheden hebben veel visuele ondersteuning nodig om een tekst te begrijpen. Hinke Mulder van cluster-2 school De Skelp in Drachten zet daarvoor verschillende technieken in. Op de conferentie Opbrengstgericht Speciaal Taal/lees- en rekenonderwijs op 1 juni 2010 in Galgenwaard geeft Hinke een workshop over haar aanpak op de Skelp. 



‘Als je eerst visuele beelden inzet doet een tekst meer met de kinderen’, vertelt Hinke Mulder. Zij geeft les aan groep 3 /4 van de school voor slechthorende kinderen en kinderen met  spraak- of taalontwikkelingsproblemen De Skelp in Drachten. ‘Voor ik een tekst aanbied, ga ik altijd eerst met een plaat aan de slag. Wat zie je er allemaal op? Wat vertelt de plaat zonder woorden? Heb je zelf wel eens zoiets meegemaakt? Hoe was dat? Als je het zo doet wordt een tekst leuker en spreekt meer aan.’

Gebaren
De leraren van De Skelp ondersteunen regelmatig spreektaal met gebaren. ‘Het is geen doventaal’, licht Hinke toe. ‘Het zijn wel vaste gebaren die de kinderen van ons leren. In de bouwvergadering leren we gebaren die passen bij de thema’s waar we mee bezig zijn. Het is afhankelijk van de leeftijdsgroep hoe veel je met gebaren ondersteunt. Naarmate kinderen ouder worden zet je gebaren minder vaak in. Daarnaast maken we gebruik van vingerspelling, waarbij je met je vingers letters maakt. Vingerspelling is essentieel voor leren lezen. Kinderen die erg stotteren, kan ik soms niet verstaan, maar aan hun vingers kan ik zien dat ze de tekst kunnen lezen.’ Nieuwe leerkrachten volgen scholing in het gebruik van Nederlands met gebaren.

De rok van de bol
‘Ik ben steeds bezig met de vraag: hoe kan ik het visueel maken’, vertelt Hinke. ‘We hebben bijvoorbeeld een tekstje over het thema uit het taalboek, bloembollen, onder de grond, boven de grond, enzovoort. Voor ik iets met de tekst doe, laat ik een bloembol zien. Die snijden we ook open, kun je de bloem al zien zitten? Weet je al wat voor kleur de bloem krijgt? Op het moment dat deze begrippen in de tekst voor komen, hebben ze er meteen een beeld bij. Bijvoorbeeld: “in de bol zit een rok.” Dat is een mkm-woord, dat kunnen ze lezen. Ze weten nog wat een rok is, hebben ze net gezien, dus ze snappen dat het niet de rok van de juf is.'

Praktische handvatten
Hinke kent het onderzoek van Anjette van de Ven naar het belang van het visueel maken van teksten. ‘Wij geven de praktische handvatten bij haar theoretische onderbouwing. Zo had laatst een collega met haar klas een auto van binnen bekeken. Het dashboard, wat zie je allemaal, waar is het voor, enzovoort. De kinderen maakten daar tekeningen van die in de hal kwamen te hangen. Daar heb ik weer commentaar bij geschreven, een soort recensie. Andere collega’s deden dat ook. Vervolgens heeft  de leerkracht  de recensies uitgetypt en uitgedeeld aan de kinderen. Dat werd een schitterende leesles, want alle kinderen wilden enorm graag weten wat de juffen en meesters over hun tekeningen hadden geschreven. Zo kom je van beeld naar taal en tekst en begrijpend lezen.’

Winst
‘Deze kinderen hebben een kleine woordenschat, en moeizaam taalbegrip’, zegt Hinke. ‘ Maar ook in het reguliere onderwijs zou je veel winst kunnen halen als je meer verbeeldt. Eerst zien en voelen, en dan begrijpen. Op onze school is het een tweede natuur geworden.’

Projectbureau Kwaliteit, maart 2010

 


© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact