Basisonderwijs  
Taalpilots
Kunst van Lezen

Lezen op De Klimop in Rotterdam. Foto: Leunis Verlinde

Lezen wordt leuker op Taalpilotscholen

Een aantrekkelijke en gevarieerde collectie boeken nodigt kinderen uit om meer te gaan lezen. Meer lezen leidt tot beter lezen, en leesplezier is daarom een belangrijk thema binnen de  Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden. Met het project Kunst van Lezen helpt de plaatselijke bibliotheek scholen bij het vormgeven van leesbeleid.



Scholen die deelnemen aan Taalpilots onderkennen allemaal het grote belang van lezen, maar dat betekent niet dat er automatisch een goede collectie boeken voor alle leeftijdsgroepen en niveaus in de schoolbibliotheek staat, of dat leerkrachten allerlei stimuleringsprogramma’s uit hun mouw schudden. Deskundigheid op dit gebied is wel aanwezig bij bibliotheken. Met het project Kunst van Lezen komen bibliotheekmedewerkers in de school. Vorig schooljaar is het project op dertig scholen gestart, dit jaar komen er nog eens dertig bij.

Afschrijven
‘Veel scholen vinden het moeilijk om boeken af te schrijven en nieuwe aan te schaffen’, zegt Lea Kessels, projectleider van Kunst van Lezen. ‘Het kost natuurlijk geld, en nieuwe boeken aanschaffen heeft niet altijd prioriteit. Maar als je wilt dat kinderen graag lezen, moet je zorgen dat je over een aantrekkelijke collectie boeken beschikt.’





Presenteren
Die boeken moet je ook aantrekkelijk presenteren. Op scholen die deelnemen aan het project wordt een presentatiemeubel geplaatst, waarop boeken frontaal worden neergezet. ‘Je kijkt dus tegen de voorkant aan, niet tegen ruggetjes’, zegt Lea. Daarnaast gaat een bibliotheekmedewerker na in hoeverre de huidige collectie van de schoolbibliotheek verouderd is. Wanneer scholen weinig budget hebben voor de aanschaf van nieuwe titels, kunnen er ook wisselcollecties of themacollecties van de plaatselijke bibliotheek worden geleend. De bibliotheekmedewerker helpt bij het omgaan met een registratiesysteem.

Leesbacil
Ook kan de bibliotheekmedewerker leesbevorderingsprogramma’s in de klas uitvoeren. ‘Bijvoorbeeld de Leesbacil’, vertelt Lea. ‘Dat is een programma voor groep 6. Een medewerker komt verkleed als dokter de klas in met een paar kratjes met boeken. Sommige boeken zijn ‘besmet’ en als je ze leest, kun je ook ‘besmet’ raken. Kinderen gaan de boeken lezen en aan de hand van vragen komen ze erachter of ze niet, een beetje of heel erg besmet zijn. Het is een groot succes, de leerlingen willen graag besmet raken. Ze gaan bijvoorbeeld posters op de deur hangen met de waarschuwing Niet betreden! Deze klas is besmet! Leerkrachten kunnen zo’n programma dan een vervolg geven.’ De medewerkers maken gebruik van bestaande programma’s. ‘Op landelijk niveau zijn er natuurlijk de Kinderboekenweek en de Kinderjury, maar ook zijn er speciale bibliotheekprogramma’s, zoals de ‘Leesbacil’ of, voor beginnende lezers, het verhalenkastje ‘Sheherazade’ waarmee kinderen kennismaken met verschillende genres zoals sprookjes en versjes.’

Handleiding
Naast praktische ondersteuning wordt er binnen het project ook een handreiking ontwikkeld. ‘We geven een richtlijn voor schoolbibliotheken: hoeveel prentenboeken heb je nodig, hoeveel non-fictie, hoeveel verhalenboeken? Een school moet daar een gericht plan voor maken.’ Daarnaast onderzoeken projectmedewerkers hoe scholen omgaan met leesbevordering. ‘We hebben een nulmeting gedaan en over twee jaar gaan we na hoe het leesgedrag van kinderen is veranderd. Pakken ze inderdaad sneller een boek?’

Ervaringen
Er komt ook een overdrachtsdocument waarin de ervaringen met de uitvoering van het project worden gebundeld. ‘Er zijn tussen de scholen veel overeenkomsten, maar ook veel verschillen’, zegt Lea. ‘Sommige scholen doen heel veel aan leesbevordering, andere nauwelijks. De ene school ziet ook meteen de meerwaarde van de inbreng van de bibliotheek, de ander is wat terughoudender en wil eerst zien hoe het in de praktijk uitpakt. Ook bibliotheekmedewerkers verschillen van elkaar. Soms is er een grote educatieve dienst – vaak in de grote steden – in andere organisaties zijn het een of twee mensen die de contacten met de scholen onderhouden en daarnaast ook andere taken hebben.’

Omslag
Bij het project gaat het er niet zozeer om dat er meer mensen de bibliotheek in komen, maar dat de bibliotheek de scholen in gaat. Voor bibliotheekmedewerkers valt deze cultuuromslag niet altijd mee, zegt Lea. ‘Van oudsher ging het om het binnenhalen van leden. Maar dat is van ondergeschikt belang. Het moet op de scholen worden geregeld.’

Leescoördinator
 ‘De opleiding van de bibliotheekmedewerker moet ook worden aangepast’, zegt Lea. ‘We zijn nu bezig een module te ontwikkelen voor het werken op een school. Welke kwaliteiten zijn daarvoor nodig? Daarnaast gaan we ook een cursus ‘Open boek’ organiseren voor leescoördinatoren. Op de scholen moeten er mensen deskundig zijn op het gebied van kinderboeken, mensen die de collectie op peil houden, leesbevorderingsprogramma’s kunnen opzetten, en leesbevordering op een school structureel aanpakken. Taalcoördinatoren gaan vooral over methoden en toetsen, leescoördinatoren gaan over leesplezier.’

Kunst van Lezen
Kunst van Lezen is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het programma wordt gecoördineerd door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en Stichting Lezen. Er zijn vier programmalijnen, waarvan de samenwerking tussen taalpilotscholen en bibliotheken er een is. Andere onderdelen van het project zijn Boekstart, dat zich vooral richt op ouders van jonge kinderen, de Cultuurhistorische canon, dat aansluit bij de vijftig vensters van de historische canon, en de Leesbevorderingsnetwerken, die tot doel hebben op regionaal niveau met verschillende partners leesbevordering te stimuleren.

PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit, oktober 2009 



Kunst van Lezen
Lees het gangmakerverhaal van Pine Schuurmans over Kunst van Lezen (School aan zet, dec 09) [PDF 114 Kb ]
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact