Basisonderwijs  
Taalpilots
St. Willibrord in Terneuzen

Interactief en betekenisvol
In een van de oudste wijken van Terneuzen staat St. Willibrord. Met 75 leerlingen is het een kleine school. Tachtig procent is van Turkse of Marokkaanse afkomst, twintig procent is afkomstig uit autochtone, sociaal zwakke gezinnen.

De school heeft deelgenomen aan het in 2006 afgesloten project Kansen aan Zee. Het resultaat hiervan is onder meer dat het team een planmatige aanpak hanteert. ‘Het gaat niet hap snap, maar we weten waar we over vier jaar willen staan’, zegt directeur Ronald Audenaerd. ‘De taalpilot is eigenlijk een logisch vervolg. Het speerpunt is nu taalbeleid. Bij  Kansen aan Zee deden we naast taalbeleid ook veel aan ouderbetrokkenheid en leerlingenzorg. Dat werpt nu ook vruchten af.’

Hogere uitstroom
‘Ons doel is dat leerlingen na groep 8 in hogere vormen van voortgezet onderwijs instromen’, zegt Audenaerd. ‘De kinderen komen nu binnen zonder enige kennis van de Nederlandse taal. We willen dat ze aan het eind van de basisschool kunnen doorstromen naar een schooltype dat aansluit bij hun intelligentie. Dat betekent dat ze het Nederlands voldoende moeten beheersen.’ Wat hierbij een extra uitdaging vormt, is dat de school steeds meer allochtone kinderen met een aanzienlijke onderwijsachterstand telt.

Betekenisvol taalonderwijs
‘We gaan stoppen met deelgebieden’, vertelt Audenaerd. ‘We willen dat het taalonderwijs interactief en betekenisvol wordt. We hebben een plan gemaakt om over vier jaar projectmatig onderwijs te geven. Dat betekent dat we alle vakken, behalve rekenen en gym, deel laten uitmaken  van projecten. Bijvoorbeeld bouwen, of dieren, of vervoer. Taal, aardrijkskunde, geschiedenis, Engels, bijna alle vakken worden geïntegreerd.’

Projecten
Dit jaar gaat de school na wat er al op het gebied van projectmatig werken is ontwikkeld op andere scholen. De leerkrachten bezoeken scholen waar dit al plaatsvindt, er wordt een nieuwe methode aangeschaft en schoolbegeleidingsdienst RPCZ maakt een stappenplan voor de invoering. In maart 2008 moet het eerste project gaan draaien. Nog voor de zomervakantie wordt dit proefproject geëvalueerd. Na de zomervakantie in 2008 start de school met projectmatig werken in de groepen 5 tot en met 8.

Onderbouw
‘Op termijn moeten de groepen 1 tot en met 4 aansluiten’, vertelt Audenaerd. ‘In de groepen 1 en 2 wordt nu gewerkt met de vve-methode Ik & Ko. Dat is al thematisch. Mogelijk gaan we in groep 3 werken met Ko 3. Op diot moment werken we in groep 3 en 4 met de lees- en taalmethode Huisje boompje beestje, dat is ook thematisch. Het is de bedoeling dat straks de hele school in het teken staat van een project.’

Hechtbrieven
Door de projecten af te sluiten met een musical, een tentoonstelling of een andere presentatie wil de school ook de ouders bij de projecten betrekken. ‘We kennen een systeem van “Hechtbrieven”. Daarin krijgen de ouders een opdracht om uit te voeren in de thuissituatie. Zo betrekken we ze bij wat op school gebeurt. In de Kinderboekenweek bijvoorbeeld vragen we ze hun kind te vertellen over hun favoriete boek.’ Dit systeem wil Audenaerd ook inzetten bij de uitvoering van de projecten.

Zelfstandig werken
Voor de leerkracht zal het werken in projecten een omslag betekenen, verwacht Audenaerd. ‘Ze moeten een knop omzetten van degene die alles weet naar de rol van coach en begeleider. Ook moeten ze het denken in deelgebieden loslaten. De bedoeling is dat leerlingen zelfstandig gaan werken, zelf presentaties voorbereiden met bijvoorbeeld powerpoint.’ De leerkracht wordt in dit proces ondersteund door scholing en begeleiding.

Vorderingen
Hoe de vorderingen in kaart gebracht moeten worden is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. ‘We gebruiken de cito-toetsen voor taal. Maar voor de andere vakken moeten we nog uitzoeken hoe we de vorderingen kunnen meten, nu we methode-onafhankelijk gaan werken.’

Succesfactor 1: Draagvlak
Het hele team is overtuigd van de noodzaak van een andere aanpak. ‘We zien dat de populatie verandert, we zien dat we leerlingen niet op het niveau krijgen waar we ze willen brengen. Er moet dus iets veranderen, dat is voor iedereen duidelijk. Het enthousiasme is groot. We hebben een jong en zeer gemotiveerd team. Ook als er tegenvallers zijn zetten we door.’

Succesfactor 2: Nieuw gebouw
Een opsteker is het nieuwe gebouw dat St Willlibrord in het najaar van 2008 betrekt. ‘We gaan deel uitmaken van een Brede School, met de peuterspeelzaal, een grote hal, een gymzaal, de GGD, het buurthuis’, vertelt Audenaerd. ‘Dat vooruitzicht is een echte oppepper. We hopen daarmee ook weer meer autochtone leerlingen te kunnen aantrekken.’ Straks in het nieuwe gebouw zal ook plaats zijn voor naschoolse activiteiten. Ook dit is bevorderlijk voor de taalontwikkeling.

Succesfactor 3: Ouders
‘Ouders voelen zich welkom op onze school. We hebben een ouderkamer, waar vooral moeders komen, en waar we ook de cursus Iedereen telt mee geven. In het kader van de voor- en vroegschoolse educatie loopt ook een traject om ouders bij het onderwijs te betrekken.’

Onderdeel
Taalbeleid staat niet op zichzelf, vindt Audenaerd. ‘Het is een stukje van een groter geheel. We doen dit niet alleen. Ook de ouders, en de andere instellingen dragen eraan bij.’

Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 10 oktober 2007
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact