De Woldstroom in Meppel
Begrijpend lezen, begrijpend luisteren en woordenschatontwikkeling. Dat zijn de belangrijkste speerpunten op basisschool De Woldstroom in Meppel. Leerkrachten worden vrijgeroosterd voor het ontwerpen van nieuwe aanpakken in de klas.
Thema: Begrijpend lezen
Bewuster omgaan met teksten
Basisschool De Woldstroom bestaat uit twee locaties. Een school met 110 leerlingen voor ‘eerste opvang’ van kinderen afkomstig uit asielzoekerscentra en kinderen die als gevolg van gezinshereniging of adoptie op latere leeftijd instromen, en een reguliere basisschool met 200 leerlingen. Ook de populatie van deze school is voor Drentse begrippen zeer gemengd.
Goa-school ‘De wijk waarin de school staat kan worden betiteld als achterstandswijk. We zijn ook goa-school geweest (Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, red.). We waren zelfs een van de eerste scholen met een ‘kansschool’-certificaat’, vertelt Klarien Witteveen. Zij is intern begeleider en coördinator van de taalpilots. ‘De wijk wordt wel steeds heterogener van samenstelling. Kinderen uit de asielzoekerscentra hebben vaak hoog opgeleide ouders. We zijn wel gewend om met verschillen om te gaan.’ Vanuit het onderwijsachterstandenbeleid heeft de school ervaring met het maken van sterkte-zwakte-analyses, het interpreteren van toetsgegevens en het uitzetten van beleid op basis van deze gegevens. ‘We hebben een eigen monitor. Daardoor hebben we goed zicht op wat er goed gaat en wat niet.’
Begrijpend lezen Begrijpend lezen, en dan met name leesstrategieën, is het speerpunt geworden van de taalpilot-periode. ‘Daaraan vooraf gaat nog begrijpend luisteren en woordenschatontwikkeling. In de kleutergroepen werk je nog niet met teksten, daar is het luisteren nog erg belangrijk.’ In de ‘eerste opvang’-school wordt in de kleutergroepen gewerkt met Ik & Ko. ‘Dat is niet ideaal. Je moet veel bewerken en aanpassen, de methode heeft veel thema’s die niet aansluiten. Maar de methode die we gebruikten, Prisma Project, was zo verouderd. Gelukkig komt daar nu toch een nieuwe versie van.’ In de reguliere school wordt Piramide gebruikt en de Taallijn VVE. Daarnaast besteedt de leerkracht veel aandacht aan interactief voorlezen.
Tijd ‘Er is tijd nodig om een nieuwe aanpak vorm te geven’, zegt Klarien. ‘We hebben de leerkrachten van de kleuterbouw, die aan de slag moesten met interactief voorlezen, daarom zes à zeven middagen in het jaar vrijgeroosterd om met elkaar te brainstormen en ervaringen uit te wisselen. Dat werkt heel goed. Ze worden er heel enthousiast van, komen aan met dozen vol ideeën.’ Dit schooljaar zijn de leerkrachten van de middenbouw aan de beurt, volgend jaar die van de bovenbouw. ‘We verwachten dat de kleuters die dit jaar in groep 3 beginnen, profiteren van wat ze vorig jaar hebben gedaan’, zegt Klarien. ‘We gaan er ook mee verder, begrijpend luisteren blijven we ook doen in groep 3.’
Scholing Het complete team wordt door een begeleider van de IJsselgroep bijgeschoold in begrijpend lezen, leesstrategieën, begrijpend luisteren en woordenschat. ‘Mensen worden zich weer bewust van wat ze doen in de klas’, zegt Klarien. Al eerder deed de school zo’n traject. ‘Voor sommigen is het echt een ‘o ja’ –ervaring. Het is belangrijk om het af en toe te herhalen. En inmiddels zijn er ook nieuwe leerkrachten bijgekomen. Op die manier werken we ook aan borging.’ Door de scholing gaan leerkrachten bewuster om met teksten, en is voorlezen een intensieve activiteit geworden.
Woordenschat Doordat het interactief voorlezen zo voortvarend wordt opgepakt, verbetert de woordenschat van kinderen, zegt Klarien. ‘De tutor vertelde dat risicoleerlingen echt vooruitgaan. We zijn nog te kort bezig om er echt iets van te kunnen zeggen, maar we zien kinderen van D naar B of C gaan.’
Methode ‘In groep 4 werken we met Wie dit leest. Het voldoet wel, dat bleek toen we het naast de criteria van Kees Vernooy legden. Maar we zijn er niet blij mee. De kinderen maken te weinig leeskilometers. Ze vinden het saai, en de leerkrachten eigenlijk ook, waardoor ze ook de kinderen niet goed kunnen enthousiasmeren. De invoering van een nieuwe methode – we hebben Veilig Leren Lezen aangeschaft - is tijdrovend, maar dat is toch wat moet gebeuren.’
Kijkmomenten De Woldstroom organiseert voor de ouders ‘kijkmomenten’. Daarbij kijken ze hoe hun kinderen leren van interactief voorlezen. ‘We hebben dan eerst een voorgesprek met de ouders, wat ze gaan zien, en we geven ze ‘kijkopdrachten’. Daarna geeft de leerkracht les, en doen de ouders mee. Daarna vindt nog een nagesprek plaats’, vertelt Klarien. ‘Dat doen we al heel lang, dat er mensen in de klas komen kijken. Bij beginnende leerkrachten help ik eventueel bij de voorbereiding.’
Eigen taal ‘We maken de ouders ervan bewust dat zij ook thuis met hun kind interactief kunnen voorlezen’, zegt Klarien. ‘Dat kan in het Nederlands, maar ook in de eigen taal. Voor de uitbreiding van de woordenschat is het minstens zo belangrijk dat kinderen in de eigen taal voorwerpen, emoties en ervaringen leren benoemen en beschrijven.‘ In de teamvergaderingen wordt regelmatig aandacht besteed aan de tweetaligheid van leerlingen. ‘Er staat een powerpointpresentatie van op de computer, zodat iedere leerkracht haar kennis van het onderwerp even kan opfrissen als ze dat wil.’
Klassenbezoeken De schoolleider en de ib-er ondersteunen de leerkrachten bij het vormgeven van het taalbeleid door het afleggen van klassenbezoeken. ‘Ik kan de leerkracht coachen of ondersteunen met handelingsplannen bijvoorbeeld’, zegt Klarien. Samen met de schoolleider is zij ook verantwoordelijk voor het opstellen van het plan en de sterkte-zwakte-analyse. De schoolleider heeft daarnaast een motiverende en inspirerende rol. ‘Daarnaast zorgt hij voor de borging, hoe hou je het vast.’
Kleine doelgroep krijgt weinig aandacht Een school voor eerste opvang heeft een aantal specifieke problemen, die moeilijk aan te pakken zijn omdat de groep waarom het gaat zo klein is. ‘Er is altijd veel verloop bijvoorbeeld. Ook stromen kinderen op alle leeftijden in. Het is lastig om daar een goede vorm voor te vinden’, zegt Klarien. Hoewel de scholen voor eerste opvang in een netwerk verenigd zijn en zo ervaringen kunnen uitwisselen, bekruipt haar wel eens het gevoel dat iedere school weer probeert een eigen wiel uit te vinden. Vanuit de wetenschap is er, voor zover zij weet, ook landelijk geen onderzoek gedaan naar wat er wel en niet werkt op eerste opvangscholen. Een ander knelpunt is het ontbreken van een goede methode. ‘Het is dat Rotterdam nu Prisma gaat aanpassen en opnieuw gaat uitbrengen. Maar ze doen ook maar een deel.’ Het gebrek aan belangstelling voor het onderwijs aan deze groep heeft te maken met de omvang. ‘De groep asielkinderen is landelijk duidelijk kleiner geworden.’
Succesfactor: tijd Volgens Klarien is het vrijroosteren van de leerkrachten een belangrijke voorwaarde voor succes. ‘Ze hoeven het niet in hun eigen tijd te doen. Dat scheelt enorm, daardoor raken ze veel gemakkelijker enthousiast en meer gemotiveerd.’ Een andere succesfactor is het gevoel dat het hele team het samen doet, dat men er gezamenlijk de schouders onder zet. En ten slotte is de stevige verankering van de monitoring een belangrijke factor. ‘De sterkte-zwakte-analyse, weten waar we staan, gefundeerd een lijn kunnen uitzetten waar we naartoe gaan. Daarmee willen we heel ver komen.’
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, september 2008
|