Basisonderwijs  
Taalpilots
De Wereldwijzer in Hoorn

Schrijfhoek in De Wereldwijzer We gaan uit van de tussendoelen
Openbare basisschool Wereldwijzer staat in een sociaal zwakke wijk. Een wijk met drugs- en alcoholproblemen, instabiele gezinnen, tienermoeders en armoede. De school heeft 135 leerlingen die 25 nationaliteiten vertegenwoordigen. In augustus 2007 is de school gestart met de taalpilot.

Eerder al heeft de school deelgenomen aan het Onderwijskansenplan. Het team was daardoor al bekend met het formuleren van langetermijndoelstellingen. Er is destijds stevig geïnvesteerd in taal. De school heeft twee nieuwe methodes aangeschaft – Piramide en Taalleesland - en de leerkrachten zijn begeleid in het werken met deze methodes. Geert Jan Nelson, directeur van Wereldwijzer: ‘De taalpilot is een logisch vervolg op wat er toen is neergezet. Wat ik wel mis, is een duidelijke visie, missie en doelgerichtheid. Met de taalpilot wil ik inzetten op doelgericht werken.’

Studieconferentie
Aan het begin van het schooljaar is een tweedaagse studieconferentie georganiseerd. Onder leiding van een taaldeskundige is het team aan de slag gegaan met tussendoelen. Nelson: ‘Er zijn allerlei tussendoelen geformuleerd voor geletterdheid in de onderbouw en de bovenbouw, maar de methodes sluiten daar niet naadloos bij aan. Bovendien wil je als leerkracht eigen accenten leggen. Wat we willen is dat de tussendoelen leidend zijn, als het ware boven de methodes hangen. De leerkracht denkt vaak in activiteiten. Wij willen dat de leerkracht in doelen leert denken.’

Teamonderwijs op maat
De school is ook bezig het concept Teamonderwijs op maat (TOM) in te voeren. Daarom was er op de studiedag niet alleen aandacht voor tussendoelen en taal, maar ook voor ‘anders onderwijs geven’. ‘De leerkrachten willen graag weten hoe we taal vormgeven in kernconcepten, zoals dat bij TOM heet. We kijken hoe we de methodes, maar ook wereldoriëntatie, kunnen koppelen aan de tussendoelen. Hoe kun je thema’s laten overlappen. De begeleider had daar een handig middel voor en we hebben de eerste studiedag besteed om met elkaar in kaart te brengen wat er wel en wat niet aan de orde komt in de methodes die we gebruiken.’

Lineair en concentrisch
‘Binnen het taalonderwijs is er een lineaire leerlijn, zoals voor technisch lezen en spellingsregels, die je gewoon cursorisch moet aanbieden’, zegt Nelson. ‘Andere onderdelen, zoals stellen, het schrijven van een tekst, kun je beter concentrisch aanbieden, waarbij de complexiteit toeneemt. Het gaat erom dat je die twee leerlijnen goed combineert, en dat je goed bewaakt of de doelen worden gehaald.’ Voor het toetsen van de lineaire leerlijn worden de toetsen van het Cito gebruikt.

Alle resultaten omhoog
De zes aan de taalpilot deelnemende scholen hebben onderling afgesproken dat aan het eind van groep 5 minstens 95 procent van alle leerlingen AVI-niveau 9 behaald moet hebben. ‘Maar ik verwacht, als gevolg van een betere score op begrijpend lezen en woordenschat, ook een significante verhoging in resultaten bij wereldoriëntatie en rekenen’, zegt Nelson. ‘Het eerste jaar kun je nog niet veel verwachten, maar ik hoop wel een trend te kunnen zien.’

Taalwerkplaats
De tweede dag van de studiebijeenkomst is besteed aan materiaalontwikkeling. Voor de units (groepen) 6, 7 en 8 is een taalwerkplaats ingericht, waarin in zes of zeven hoeken elementen als begrijpend lezen of woordenschat centraal staan. ‘Per hoek moeten er vier opdrachten liggen, en van iedere opdracht moeten er drie niveau’s zijn’, licht Nelson toe. ‘Dat zijn dus twaalf opdrachten per hoek. We willen de leerlingen zelf verantwoordelijk maken voor hun eigen leerproces. Ze moeten dus zelf kiezen van welk niveau ze een opdracht maken.’ De taalwerkplaats draait nu een week. ‘Sommige leerlingen kiezen een hoger niveau dan ze eigenlijk aankunnen, die moeten we extra begeleiden. Anderen kiezen juist een te laag niveau. Zij moeten worden uitgedaagd om hoger te reiken.’

Piramide
Voor de onderbouw is de methode Piramide bekeken met het oog op de tussendoelen geletterdheid. ‘We hebben in kaart gebracht welke tussendoelen te weinig aan bod komen, en wat we daaraan kunnen doen’, zegt Nelson. ‘Bijvoorbeeld alfabetisering komt niet aan bod, maar er is wel een lettermuur in groep 1 en 2. En misschien moeten we nog meer doen. Er is gekeken naar: waar zitten de gaten.’

Groep 4 en 5
Ook de groepen 4 en 5 gaan aan het werk in hoeken. ‘Maar dat gaat iets gestructureerder’, zegt Nelson. ‘Er zijn maar twee niveau’s en de leerkracht stuurt meer en plant meer. In de bovenbouw leren de leerlingen zelf plannen.’

Taalcoördinator
Een belangrijke rol is weggelegd voor de taalcoördinator. ‘Zij werkt in de taalwerkplaats’, vertelt Nelson. ‘Zij is degene die zorgt dat we op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen, en ze vertaalt ze naar onze school.’ De besturen van de deelnemende basisscholen zullen gezamenlijk een bovenschoolse taalcoördinator aanstellen. ‘Sinds het onderwijskansenplan is er een sterke samenwerking tussen de besturen en de gemeente ontstaan. De drie betrokken besturen willen ook alledrie investeren in de taalpilot.’

Rol ib-er verandert
De intern begeleiders gaan de toetsen tegen het licht houden. ‘Toetsen we niet teveel, en wat doen we met de resultaten. Hoe gaan we hier goed op sturen’, vertelt Nelson. Ook gaat de ib-er samenwerken met de ict-coördinator om de resultaten van de toetsen te laten uitdraaien, zodat de leerkracht meteen een foutenanalyse kan maken en de volgende dag al kan interveniëren. ‘Dat moeten de leerkrachten natuurlijk leren’,  zegt Nelson. ‘De ib-er en de leerkracht zullen andere gesprekken krijgen. De gesprekken zullen meer gaan over de resultaten van de toetsen, de analyse ervan, de vraag hoe je gaat sturen in de groep, welke groepsplannen er moeten komen.’

Systeemdenken
‘Als je zoiets als taalhoeken invoert, heeft dat gevolgen voor de organisatei van de school’, zegt Nelson. ‘Dat inzicht wil ik mensen graag bijbrengen, het systeemdenken en ook het “systeemhandelen”. Daarnaast zie ik de rol van de schoolleider vooral als stimulerend, confronterend soms, maar ook coachend.’

Groep 3
Groep 3 neemt een bijzondere positie in en zal daarom extra aandacht behoeven het komende jaar, verwacht Nelson. ‘Het aanbod is hier nog steeds klassikaal. Dat wordt in de hand gewerkt door de methode voor aanvankelijk lezen die we gebruiken.’ Het streven is een doorgaande leerlijn voor alle leerlingen van groep 1 tot en met groep 8. ‘Sommige kinderen kunnen in groep 2 al lezen op het niveau van groep 3, terwijl je zwakkere leerlingen in groep 3 graag nog zou laten meedraaien met het taalprogramma van groep 2. Hoe maken we voor alle leerlingen de leerlijn doorlopend, dat is de uitdaging op het moment.’

Succesfactoren
Neslon ziet drie factoren op Wereldwijs die belangrijk zijn voor een succesvol taalbeleid.
‘Ten eerste werken we in teams. Je kan alleen het resultaat verhogen door samen te werken, door elkaar te versterken. Ten tweede: het onderwijskudnig leiderschap. Het is belangrijk om een duidelijk visie te hebben, om de leerkrachten te kunnen ondersteunen waar nodig maar ook aan te moedigen om iets zelf aan te pakken. En ten slotte: Doelgericht werken, het werken met tussendoelen. Dat is iets wat we komend jaar van de grond gaan tillen. Als ons dat lukt, zijn we een stuk verder.’

Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 8 oktober 2007
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact