Basisonderwijs  
Taalpilots
Apolloschool in Hoogeveen

Trotsmap op de Apolloschool De Apolloschool staat in een kleine, in de zestiger jaren gebouwde, woonwijk van Hoogeveen. Sinds 2001 wordt de wijk opnieuw ingericht. De bewoners en de school worden hier actief bij betrokken. Zij kunnen bijvoorbeeld plannen indienen om de wijk te verbeteren, en de projecten die de meeste stemmen krijgen worden ook daadwerkelijk uitgevoerd. De Apolloschool telt 145 leerlingen, waarvan ruim veertig procent laag opgeleide ouders heeft.

‘We hebben altijd al veel aandacht gehad voor het bestrijden van achterstanden’, vertelt Annelies Kerkhoven, taalcoördinator en leerkracht op de Apolloschool. ‘Van 2002 tot 2005 hebben we ook deelgenomen aan het Kansplanproject. Dat was breder, nu zetten we in op taalbeleid. We doen al veel op dit gebied, maar we willen een doorgaande lijn aanbrengen en de puntjes op de i zetten.’

Taalcoördinator
In Hoogeveen is een  bovenschools taalbeleidsplan opgesteld waaraan de deelnemende pilotscholen een op de school toegesneden invulling geven. Per school wordt een leerkracht door Educatief Centrum Noord en Oost ECNO opgeleid tot taalcoördinator. De taalcoördinatoren maken op hun school een taalleesanalyse, ontwikkelen het taalbeleidsplan van de school en voeren dit uit, enthousiasmeren en begeleiden leerkrachten en zorgen voor het ‘borgen’ van ontwikkelingen en afspraken.

Woordenschat
‘Onze speerpunten zijn begrijpend lezen, woordenschatontwikkeling, doorgaande lijn begrijpend luisteren – begrijpend lezen en ouderbetrokkenheid’,  zegt Kerkhoven. ‘Het Technisch Lezen vertoont inmiddels een opgaande lijn. Afgelopen jaren hebben leerkrachten ook al veel aan woordenschat gedaan, maar het is te verschillend. We willen het meer stroomlijnen. Zo willen we woordmuren gaan inrichten, en volgens de viertakt*) gaan werken.’

Begrijpend luisteren
De leerkrachten in de groepen 1 tot en met 4 gaan zich bezighouden met de doorgaande lijn begrijpend luisteren – begrijpend lezen. Kerkhoven: ‘Hiermee is vooral de leesspecialist bezig. Zij gaat de leerkrachten hierin begeleiden.’

Ouderbetrokkenheid
Kerkhoven heeft zelf een aanpak ontwikkeld om de ouderbetrokkenheid te vergroten. ‘Het is bewezen dat onderwijsondersteuning thuis heel belangrijk is. Dat moet je dus stimuleren. Ik doe dat door een soort taalportfolio te maken per kind. In de portfolio komen werkstukjes van de kinderen, en ik doe er een brief bij waarin ik laat zien waar we mee bezig zijn in de klas. Bijvoorbeeld met woordspinnen, of mindmappen. Ik leg daarbij uit wat de ouders kunnen doen om hun kinderen te helpen, ik verwijs ze naar websites en boeken die ze in de bibliotheek kunnen lenen.’ Het blijkt een succesvolle aanpak te zijn. Ouders vertellen regelmatig aan Kerkhoven hoe ze met de informatie aan de slag zijn gegaan of ze vragen hulp bij het zoeken op de website.

Schakelklas
De ‘trotsmap’, zoals de portfolio op school wordt genoemd, stelde Kerkhoven in omdat zij lesgeeft in een schakelklas. De leerlingen in deze klas zijn afkomstig van verschillende scholen. Deze kinderen komen uit groep 3 en 4 en hebben taal- lees- en/of spelproblemen. Ook ‘nieuwkomers’, kinderen van asielzoekers, komen in de schakelklas terecht. De klas duurt een jaar, daarna stromen de kinderen door naar hun eigen school. ‘Je moet de contacten stevig houden. De leerkracht van de school waar deze leerlingen naartoe gaan moet wel weten wat ik hier heb gedaan. En ook wilde ik de ouders erbij betrekken.’ Kerkhoven laat de kinderen op elkaars trotsmappen reageren, in de vorm van een complimentje of een plaatje. Ook de ouders kunnen een reactie toevoegen. ‘Sommigen zetten een krul, er zijn er ook die een verhaaltje maken, het is verschillend.’

Visie
Draagvlak en betrokkenheid creëren onder de leerkrachten ziet Kerkhoven momenteel als een van haar belangrijkste taken. ‘Ik wil daar veel tijd en aandacht aan geven. Ik wil niet een kant en klaar plan presenteren, maar samen met het team een visie ontwikkelen en een koers bepalen.’ Na een dialoog over de visie op taalonderwijs in september en oktober presenteerde Kerkhoven de opzet van het taalbeleidsplan. ‘We hebben de verbeterpunten besproken en het belang van ouderbetrokkenheid en ik heb de trotsmap laten zien. Daar is veel enthousiasme voor.’ In januari en februari heeft het team de huidige taalmethode geëvalueerd en een selectie gemaakt van nieuwe methodes. ‘We zijn bezig de methodes te vergelijken en te bekijken wat voor onze school het meest geschikt is.’ Ook is er een activiteitenplan gemaakt voor het komende schooljaar.

Taalbeleidsdag
De komende maanden gaat Kerkhoven samen met de schoolleider, de intern begeleider en de onderbouwcoördinator aan de slag met de organisatie van een taalbeleidsdag voor het team. Kennisoverdracht en ‘leren van elkaar’ zullen centraal staan. ‘De leesspecialist gaat de doorgaande lijn begrijpend luisteren – begrijpend lezen toelichten, en ik geef een presentatie over woordenschatontwikkeling.’ In werkgroepen zoomen de leerkrachten vervolgens dieper in op de verschillende onderwerpen. ‘Ik wil ook dat de collega’s bij elkaar in de klas gaan kijken, zodat we beter van elkaar weten hoe we het aanpakken. Door het geven van theorie over woordenschatontwikkeling wil ik stimuleren dat leerkrachten gaan nadenken over de manier waarop ze het zelf aanpakken, of dat wel effectief is, en of het aansluit bij wat anderen doen.’

Uur
Als mogelijk knelpunt signaleert Kerkhoven het gebrek aan tijd. ‘We hebben als taalcoördinator maar een uur per week, en daar moet alles in gebeuren, ook de scholing. We zijn allemaal enthousiast en gemotiveerd, maar het is wel zwaar. We hebben daarnaast ook nog een klas. Ik denk dat het moeilijk kan worden als we wat langer bezig zijn.’

Succesfactoren
Het taalonderwijs zal zeker een succes worden, verwacht Kerkhoven. ‘Een belangrijke factor is dat de taalcoördinatoren heel goed worden opgeleid. Je doet het met je team samen, maar als taalcoördinator moet je het brengen. Ten tweede hebben we onze prioriteiten goed gekozen. Ten derde: wij staan dicht bij de praktijk. We hebben allemaal zelf ook een klas, dus we voorzien welke problemen onze collega’s kunnen krijgen. Tenslotte vind ik het netwerk van taalcoördinatoren erg belangrijk. Hierin kunnen we samenwerken en elkaar scherp houden.’


*) Viertakt: Systematiek om nieuwe woorden aan te leren. De viertakt bestaat uit voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren. Bij voorbewerken wordt een goede beginsituatie gecreëerd en voorkennis geactiveerd. Semantiseren is het uitleggen van een woord. Consolideren is inoefenen, de betekenis van een woord inprenten in het geheugen. Controleren is nagaan of de woorden onthouden zijn.

Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, maart 2008



Taalbeleid op de Apolloschool
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact