Meester Neuteboomschool in Stadskanaal
Meer structuur in het leesonderwijs
Sinds het schooljaar 2005-2006 neemt de Meester Neuteboomschool deel aan het LIN-project*). Najaar 2006 is het voorbereidende jaar van de taalpilot daaraan gekoppeld. De leerjaren 1 tot en met 5 doen mee. Dertig procent van de leerlingen van de Meester Neuteboomschool valt onder de doelgroep. Het gaat overwegend om autochtone achterstandsleerlingen.
‘We vonden dat we niet genoeg rendement zagen van het leesonderwijs in de groepen 3,4 en 5’, vertelt directeur Aly Corporaal. ‘Op grond van de uitkomsten in de groepen 1 en 2 zou je betere resultaten verwachten. Daarom hebben we ons aangemeld voor het LIN-project.’
Schoolbreed Het zwaartepunt van het project ligt bij de groepen 1 tot en met 5. Maar ook de leerkrachten van de groepen 6 tot en met 8 worden op de hoogte gehouden. ‘Het hele team werkt eraan’, zegt Corporaal. ‘Het LIN-project concentreert zich op de middenbouw, maar ook de bovenbouw heeft ermee te maken. Leesonderwijs vereist een goede afstemming binnen de hele school.’
Doelen stellen De deelname aan het LIN-project zorgde ervoor dat de school goed ging nadenken over de beoogde doelen. ‘Daarvoor waren we daar minder stringent in’, licht Corporaal toe. ‘Nu is het heel helder: we willen AVI-9 bereiken in groep 5, en in groep 3 AVI-2.’ De school is niet onbekend met het stellen van doelen. ‘We zijn ook goa-school geweest’, vertelt Corporaal. ‘De manier van werken is eigenlijk hetzelfde, ook bij goa werkten we met duidelijke doelen. We vinden het LIN-project en de taalpilot goede opvolgers van goa. Het team wilde graag verder gaan met taal.’
Analyseren Met de taalcoördinator en de ib-er heeft Corporaal in kaart gebracht hoe de school er precies voorstaat op het gebied van het taal- en leesonderwijs. De gegevens zijn geanalyseerd en er is een plan gemaakt. ‘We kijken of we nog goed bezig zijn, of de leerkrachten genoeg weten van het leesonderwijs en waar aanvullende scholing nodig is’, zegt Corporaal. ‘Dat betekent doelen stellen, toetsen, observeren, analyseren en samen met de leerkrachten bespreken hoe we het uitvoeren.’
Bijeenkomsten In het kader van LIN worden bijeenkomsten georganiseerd voor leerkrachten, ib-ers / taalcoördinatoren en schoolleiders. ‘We zijn veel bezig geweest met taal, dus veel weten we en doen we al. Maar door de bijeenkomsten krijgt het wel meer structuur’, legt Corporaal uit. ‘Bovendien is het voor de nieuwe leerkrachten een goede manier om snel scherp te krijgen waar het bij ons om gaat.’ Onderwerpen die aan de orde komen zijn de instructie, het begeleid inoefenen, hoe om te gaan met kinderen die leesproblemen hebben, pre-teachting, automatisering en de effectieve leestijd. Corporaal: ‘We zijn nu meer gefocust op het leesonderwijs. We nemen meer tijd voor de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn in de kleutergroepen, en het leesonderwijs in de groepen 3, 4 en 5 is meer aangescherpt.’
Structuur Corporaal is voorzichtig in uitspraken over de resultaten. ‘Er zit vooruitgang in, vooral in groep 3 en groep 5, maar het is moeilijk te meten. Je weet ook niet precies wat je aan LIN moet toeschrijven en wat toevallig een goed resultaat is. Wat wel duidelijk is, is dat er meer structuur in het leesonderwijs is gekomen.’
Leesspecialist Twee leerkrachten hebben met goed gevolg een cursus gevolgd om ‘leesspecialist’ te worden. Zij dragen hun kennis op hun beurt over aan de rest van het lerarenteam. Daarnaast kijkt de ib-er vooral naar het proces en gaat na of de resultaten van de toetsen ook gevolgen hebben voor de lespraktijk, en ondersteunt de taalcoördinator de leerkracht op de werkvloer. ‘Bijvoorbeeld de preteachting, of dat goed gebeurt, en of er niet per ongeluk onderdelen van de methode en het direct instructiemodel worden overgeslagen.’ De leerkrachten worden door medewerkers van schoolbegeleidingsdienst Cedin gecoacht in het leesonderwijs. Maar ze kunnen met vragen ook terecht bij de ib-er of de taalcoördinator.
Methode Een goede methode is zeer belangrijk voor goed leesonderwijs. ‘De school overweegt de aanschaf van Estafette’, vertelt Corporaal. ‘Die hebben we grondig bestudeerd, we hebben voorlichting over de methode van Cedin gekregen. En van Veilig Leren Lezen willen we de nieuwe versie aanschaffen.’ In de kleutergroepen is gekozen voor de nieuwste versie van Schatkist en de map Fonemisch bewustzijn.
Samenwerken ‘Samenwerken is heel belangrijk’, vindt Corporaal. ‘Oudere kinderen lezen samen met jongere kinderen. Daar profiteren ze allebei van. Natuurlijk houdt de leerkracht de vinger aan de pols, zij zorgt dat alle stappen goed verlopen.’
Stagiaires De tijdsinvestering is een knelpunt, erkent Corporaal. ‘We hebben heel veel tijd nodig om het goed uit te voeren. Onze oplossing is dat we stagiares veel inzetten bij het leesonderwijs. De leerkracht geeft instructie, en de stagiaire ondersteunt met inoefenen.’
Ouders De school heeft de ouders gevraagd ook thuis aandacht aan lezen te besteden. ‘We willen de ouders hier intensief bij betrekken’, zegt Corporaal. ‘Ze kunnen ook een les bijwonen als ze dat willen. Kinderen die dreigen achter te lopen krijgen extra leesbegeleiding. We willen dat de ouders ook thuis met hen oefenen.’
Hele team Wat Corporaal het belangrijkste vindt, is dat het hele team ermee bezig is. ‘De bovenbouw krijgt nu een cursus begrijpend lezen. Iedereen is bezig met leesonderwijs, de directie, taalcoördinator en ib-er in een aansturende en begeleidende rol, de leerkracht in de klassen. En het extra stukje scholing kunnen we als professionals goed gebruiken.’
*) Het project Lees Interventieproject Noord-Nederland oftewel het LIN-project is gestart naar aanleiding van het Inspectierapport 2005.
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, april 2007
|
|