Basisonderwijs  
Taalpilots
Roombeek in Enschede

Openbare basisschool Roombeek bestaat uit twee locaties: Roombeek en Deppenbroek. Beide locaties hebben een gemengde populatie. Meer dan de helft bestaat uit kinderen van allochtone en autochtone laagopgeleide ouders. De school heeft twee taalcoördinatoren.



AVI 9 in groep 4
‘We hebben altijd al veel aan taal gedaan, juist omdat we veel allochtone leerlingen hebben’, vertelt Karin Nakken. Zij is taalcoördinator en leerkracht van groep 3 en 4 op de locatie Deppenbroek. ‘Kinderboekenweek, Annie M.G. Schmidt-week, nationaal voorleesontbijt, voorleeswedstrijd, kinderjury, kinderen en poezie (met dit jaar twee winnaars uit groep 4). Alles wat met taal te maken heeft, grijpen we aan om extra aandacht aan taal te schenken. Sinds we deelnemen aan de taalpilots is dat natuurlijk meer gestructureerd.'

AVI-9
Het lezen ging eigenlijk niet zo slecht in de onderbouw, maar het resultaat in de groepen 5 tot en met 8 nam af, in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde. Maar tijdens de tweejarige cursus tot taalcoördinator leerde Nakken hoe ze de resultaten nog verder kon verbeteren. ‘Vorig jaar heb ik het  stillezen ingevoerd in de groepen 3 en 4, dat bracht het niveau al omhoog. Dit jaar zijn we ook gaan tutorlezen en Ralfi-lezen*). Daarvan gingen de resultaten echt spectaculair omhoog’, vertelt Nakken. ‘In de toets die we in maart hebben afgenomen leest de helft van groep 4 al op AVI-9. In groep 3 beheersen zelfs al kinderen AVI 4, 5 en 6. En bijna alle leerlingen zitten in maart al op AVI 2. Ons doel is dat alle leerlingen van groep 3 aan het eind van het schooljaar minimaal AVI 2 behalen. Dit doel is nu al bijna gehaald.’


Structureel
Samen met de andere taalcoördinator, de directie en de intern begeleiders heeft Nakken een leesplan opgesteld. Dit plan is aan de leerkrachten gepresenteerd. ‘Alle collega’s zijn enthousiast’, zegt Nakken. ‘Omdat we al veel met taal bezig waren, zag iedereen direct het nut ervan in.’ Alle kinderen lezen ’s ochtends een half uur zelfstandig. Kinderen die moeite hebben met lezen worden extra geholpen. Daarnaast is er  vier keer per week een half uur ingeruimd voor tutorlezen. Kinderen van groep 3 tot en met 6 lezen onder begeleiding van een tutor . Dit is in onze situatie een leerling uit groep 7 of 8.  De vlotte lezers krijgen aanvullende opdrachten, zoals het maken van een boekbespreking, de zwakkere lezers krijgen gerichte instructie (Ralfi). Deze kinderen lezen onder begeleiding van een leerkracht.’ 

Piramide
In groep 1 en 2 draait het vve-programma Piramide. Het fonemisch bewustzijn en letters leren wordt hierin geïntegreerd. Nakken: ‘We willen een doorgaande lijn creëren. Taal en lezen is iets wat je structureel en gestructureerd moet aanbieden, in een vast programma.’ Boeken zijn er genoeg voorhanden. ‘Doordat we altijd al veel werk maakten van de kinderboekenweek, zitten we goed in onze boeken voor de klassenbibliotheek en voor het stillezen,  maar het kan altijd meer en beter. Bovendien gaan we om de week naar de bibliotheek met de groepen.’

Studiebijeenkomsten
Deelname aan de taalpilots betekent extra scholing voor de leerkrachten. De leerkrachten van groep 1 tot en met 4 en van groep 5 tot en met 8 wonen verschillende studiebijeenkomsten bij. Hier worden theoretische achtergronden besproken, workshops gegeven en praktijkervaringen uitgewisseld. Nakken: ‘Soms heeft de theorie iets te veel de nadruk. Ik houd het graag praktisch.’ Zo kwam een van de taalexperts met het idee een ‘letterflat’ neer te zetten, waarmee kinderen woordjes kunnen vormen. Of een ‘lettergroeiboekje’ voor alle leerlingen om per leerling te kunnen zien welke letters ze al kennen. Dit lettergroeiboekje gaat aan het eind van groep 2 mee naar groep 3, zodat de leerkracht start met een  goede beginsituatie. ‘Ik heb het eerst uitgeprobeerd in mijn groep 3’, vertelt Nakken, ‘nu wordt het gebruikt in groep 2. Daarmee kun je al meteen differentiëren.’ Het is geen probleem dat in groep 3 kinderen op verschillende leesniveaus binnenkomen, zegt Nakken. ‘We werken nu nog met de oude versie van Veilig Leren Lezen, maar we willen graag de nieuwe versie aanschaffen. Daarin wordt ook veel gedifferentieerd. We zijn het wel gewend. Maar het moet natuurlijk wel werkbaar blijven.’ Dus blijven de groepen leerlingen bij elkaar en wordt er niet te individueel gewerkt.


Ouders
‘We zijn bezig met een stuk voor onze Nieuwsbrief waarin we de ouders informeren over het taal- en leesprogramma dat we op school uitvoeren’, vertelt Nakken. ‘Maar we hebben altijd al de ouders gestimuleerd om veel aan taal te doen, voor te lezen, naar Sesamstraat te kijken en naar Het Klokhuis, de kinderen lid te maken van de bibliotheek.’ Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het bij de methode Veilig Leren Lezen horende programma Overstap. Dit is een thuisprogramma waarbij ouders aan het eind van een ‘kern’ met hun kinderen de leesstof herhalen. ‘De ouders zijn enthousiast. Het nut van lezen is voor iedereen duidelijk.’


Begrijpend lezen en woordenschat
‘Volgend schooljaar willen we het leesverbeterplan uitbreiden met een plan  om het begrijpend lezen te verbeteren’, vertelt Nakken. ‘Welke leesstrategieën kun je toepassen, het vergroten van de woordenschat.’ Het technisch lezen biedt hiervoor een goede basis. Kinderen leren door veel te lezen ook veel nieuwe woorden. ‘We wilen het structureel aanpakken. We hebben al een opzetje gemaakt. Zo willen we een ‘woord van de week’ invoeren, dat tien keer gebruikt wordt in verschillende zinnen. Woordenschat is belangrijk op onze school, omdat niet alle kinderen thuis nieuwe woorden krijgen aangeboden.’ Ook de woordenschat kan door gebruik te maken van CUVAR **) bij Ralfi goed worden ingezet, verwacht Nakken. ‘Verschillende leesvormen, zoals voorlezen, voorbereiden,  koorlezen en duolezen, kun je in andere lessen integreren.’


*) Ralfi: een motiverende methodiek om lezen te verbeteren. R: Repeated (herhaling van dezelfde tekst), A: Assisted (voorlezen, voorzeggen), L: Level (relatief moeilijke teksten aanbieden), F: Feedback (een fout meteen verbeteren), I: Interactie (praten over de inhoud van de tekst).

**) CUVAR:
Didactiek voor het aanleren van onbekende woorden. CU: Context en Uitleg (uitleg van het woord aan de hand van de context van het verhaal), V: Variatie (gebruik van het woord in verschillende contexten), A: Aanvulzin (zin aanvullen), R: Registratie (het woord op het bord schrijven).


Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 10 april 2007







© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact