De Lipper in Enschede
Lezen gaat voor
In 2005 startte een nieuw team op openbare basisschool De Lipper. De Lipper, een school met een populatie die ongeveer voor de helft uit autochtone aandachtsleerlingen bestaat, moest zich profileren met goed onderwijs, vond dit team. Goed taal- en leesonderwijs is daarbij uiterst belangrijk. Intern begeleider Mieke Kotterink: ‘We gaan uit van wat werkt.’
‘De taalpilot baseert zich op onderzoek. Dat spreekt me aan’, vertelt Mieke Kotterink. Naast haar werk op de school loopt zij stage bij het Steunpunt Dyslexie. ‘De leesresultaten op school waren niet goed in vergelijking tot de inspectienormen. Groep 3 bijvoorbeeld kwam echt te laag uit. We hebben ons verdiept in wat echt werkt, en kwamen uit op de Ralfi-methode*). Dat hebben we hier op school geïntroduceerd. Binnen drie maanden zag je resultaat.‘ Voor de leerkrachten was de Ralfi-methode grotendeels nieuw. ‘De inzichten zijn anders dan we gewend waren. Zo waren we bijvoorbeeld gewend om een kind veel zelf te laten proberen, maar je moet juist veel voordoen. De taalpilot gaat ook uit van deze nieuwe inzichten. Omdat we die inzichten al toepasten, hadden we bij de start van de taalpilot een voorsprong en konden we ons richten op woordenschat en begrijpend lezen.’
Schoolbreed Het leesprogramma van Ralfi is schoolbreed ingevoerd: Vijf keer per week instructie en vijf keer per week stillezen. ‘Alle leerkrachten worden ingezet voor instructie’, vertelt Kotterink. ‘Iedere dag beginnen we met een half uur lezen. Hierbij geven we instructie per niveau. In groep 4 onderscheiden we bijvoorbeeld vier niveau’s. Per niveau wordt een leerkracht ingezet. Ralfi kent vijf elementen. Het eerste element is herhaling. Dezelfde tekst wordt vijf keer gelezen. De A isvan Assisted: de leerkracht doet het zelf voor. Kotterink: ‘Eerst wordt de hele tekst voorgelezen door de leerkracht. Dan gaan de kinderen koorlezen, dan horen ze van elkaar hoe het moet. Als er geaarzeld wordt, zegt de leerkracht meteen het goede woord.’ Het derde is ‘level’: het niveau moet hoog genoeg zijn. ‘Voorheen waren we geneigd om zwakke lezers te makkelijke teksten aan te bieden. Dat is verkeerd, zo komen ze nooit verder. Volgens Ralfi geef je ze teksten van vier of vijf niveaus hoger. En het werkt. Kinderen zijn dan gemotiveerder. De tekst is dan ook inhoudelijk interessant.’ De F is van Feedback. ‘Door het koorlezen krijgen kinderen feedback van elkaar, maar ook de leerkracht geeft feedback.’ De I tenslotte staat voor Instructie en Interactie. De leerkracht stelt vragen aan de hand van de tekst, bijvoorbeeld: “zou jij dat ook zo doen?” Kotterink: ‘De kinderen gaan zienderogen vooruit. Laatst vertelde een moeder dat haar kind, een zwakke lezer, het weer leuk vond op school en weer stukjes wil voorlezen. We wilden dat kind eigenlijk aanmelden voor een dyslexie-test, maar dat doe je als er nauwelijks vooruitgang is. Die is er bij dit kind dus wel. Slecht lezen veroorzaakt vaak faalangst. Bij het Steunpunt dyslexie zien we dat de meeste slechte lezers faalangst ontwikkelen.’
Inspectie Dat de resultaten zo snel zo goed zijn, is motiverend voor het team. ‘Het team was meteen enthousiast. De toets in maart liet zien dat groep 3 nu wel op niveau is. De Inspectie was ook tevreden over taal en lezen, dat was ook erg prettig. We gaan nu hogere doelen stellen, we willen 95 procent op C-niveau hebben.’
Voorbereiden in 1 en 2 Een ander speerpunt is het voorbereiden in groep 1 en 2. Kotterink: ’De taalpilot levert alle instrumenten aan die we nodig hebben voor het voorbereidend lezen in 1 en 2, bijvoorbeeld de map fonemisch bewustzijn, het leren van verschillende klanken in een woord.’ Daarbij ligt de focus niet op de kinderen die uit zichzelf al vragen om letters en willen leren lezen. ‘Het gaat juist om kinderen die er niet aan toe zijn. We creëren een talige omgeving, we bieden structureel letters aan, en aan het eind van groep 2 kent iedereen vijftien letters en kan zijn eigen naam lezen en schrijven.’
Veilig Leren Lezen De Lipper gebruikt de methode Veilig Leren Lezen. Daaraan voorafgaand wordt Schatkist gebruikt. ‘Het is krap, Veilig Leren Lezen in groep 3 betekent twaalf deeltjes doorwerken’, vertelt Kotterink. ‘Daarom beginnen we in groep 2 al met een of twee kernen van Veilig Leren Lezen. Daarbij zorgen we dat de zwakke leerlingen extra instructie krijgen. We willen niet teveel niveauverschillen creëren in groep 3.’ In groep 2 wordt ook getoetst op leesproblemen en dyslexie. ‘Slecht fonemisch bewustzijn en slechte letterkennis zijn goede voorspellers voor leesproblemen’, zegt Kotterink. ‘ Als we vroeg toetsen, kunnen we ook vroeg ingrijpen.’
Schoolleider Kotterink ervaart de schoolleider als een goede steun in de rug. ‘Hij is altijd enthousiast over de ideeën van de Taalpilot en stimulerend. Hij gaat ook op bezoek in de klassen.’ Vernieuwingen en voorstellen voor verbetering van taalonderwijs komen niet van de schoolleiding, maar van de intern begeleider via de Taalpilot. ‘Dat heeft te maken met de rol van de ib-er’, zegt Kotterink. ‘De rol verschuift van toetsen afnemen naar de leerkrachten ondersteunen, samen de resultaten bekijken en er een plan op zetten, en het doorvoeren van vernieuwingen.’
Ouders De ouders van De Lipper zijn zeer betrokken. ‘Natuurlijk hebben we de ouders uitgebreid geïnformeerd’, vertelt Kotterink. ‘We hebben zeer betrokken ouders bij De Lipper, en ook voor hen is het doel duidelijk.’
Woordenschat Naast de voorbereiding in groep 1 en 2 krijgt woordenschat de komende periode extra aandacht. ‘Dat het leesniveau omhoog is gegaan maakt al dat de woordenschat groter wordt’, zegt Kotterink, ‘maar we willen het gestructureerd aanpakken. Ook willen we meer met begrijpend lezen gaan doen.’ Een knelpunt daarbij is het gebrek aan geschikte boeken. ‘We geven kapitalen uit aan de Overijsselse Bibilotheekdienst. Ik zou graag een eigen bibliotheek of mediatheek hebben, met allerlei genres boeken erin, ook informatieve.’
Leesverbeterplan De coördinator van het Steunpunt Onderwijszorg, onderdeel van Consent, de onderwijsorganisatie van de Enschedese basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs, heeft alle informatie samengevat. Kotterink: ‘Op basis van die gegevens is er een Leesverbeterplan gemaakt. We hebben in kaart gebracht wat er al is, wat nog moet gebeuren en wanneer we dat – in de loop van drie jaar - gaan doen. Dat plan moet in mei klaar zijn. Maar het gaat niet om het plan, dat is papier. Volgens de wetenschap is het de leerkracht die ertoe doet. We hebben goede leerkrachten, we hebben methodes: wij gaan aan de slag!’
*) Ralfi: een motiverende methodiek om lezen te verbeteren. R: Repeated (herhaling van dezelfde tekst), A: Assisted (voorlezen, voorzeggen), L: Level (relatief moeilijke teksten aanbieden), F: Feedback (een fout meteen verbeteren), I: Interactie (praten over de inhoud van de tekst).
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 10 april 2007
|
|