Basisonderwijs  
Taalpilots
De Zwerm

Betrokken bestuur
De Zwerm in Den Haag is een van de schoolbesturen waarvan de scholen aan de slag gaan met de Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden. In 2006/2007 zijn de voorbereidingen getroffen. Komend schooljaar gaan de teams aan de slag.

‘Vooral op het gebied van woordenschat, begrijpend luisteren en begrijpend lezen is nog een flinke slag te slaan’, vertelt Mieke Zwinkels, bovenschools zorgcoördinator van Stichting Katholiek Onderwijs de Zwerm. In november werd er voor de de teamleden van de vier scholen van de stichting een studiedag gehouden over de leerlingresultaten. Medewerkers van onderwijsbegeleidingsdienst confronteerden de aanwezige leerkrachten, ib-ers, peuterspeelzaallleiders en schoolleiders met de cito-uitslagen.

Placemat
‘We wisten al van de medewerkers dat de resultaten op deelgebieden van taal en lezen niet overhielden. Op de studiedag bleek dat ook de leerkrachtvaardigheden nog wel een impuls konden gebruiken. Het was echt een eye-opener voor de deelnemers aan de studiedag. We zijn meteen met elkaar in gesprek gegaan en hebben met de “placemat-methode” nagedacht over oplossingen.’ De “placemat” is een manier om vanuit verschillende invalshoeken oplossingen voor een bepaald probleem aan te dragen, en vervolgens een gezamenlijk standpunt te formuleren.

Nulmeting
‘We formuleerden drie pijlers om met het taalonderwijs aan de gang te gaan, woordenschat, begrijpend lezen en leerkrachtvaardigheden. Vervolgens kregen we de mogelijkheid aangeboden om subsidie te krijgen voor het ontwikkelen van taalbeleid’, vertelt Zwinkels. ‘Dus dat kwam prachtig uit. We hebben met het centrum voor onderwijsbegeleiding HCO en met de projectleider van de Taalpilots gesprekken gevoerd en plannen gemaakt. Ook hebben we een nulmating uitgevoerd. Ons streven is dat na afloop van de pilot het aantal leerlingen dat lager scoort dan de minimum standaard met tien procent is afgenomen ten opzichte van de nulmeting.’

Schoolkoppels
Op bovenschools niveau is een taalcoördinator aangesteld, evenals op de scholen. Deze mensen vormen met elkaar, en met Mieke Zwinkels, die bovenschools zorgcoördinator is, een werkgroep. De scholen zijn in tweetallen aan elkaar gekoppeld. Deze schoolkoppels gaan in gesprek over hun aanpak, kijken bij elkaar in de klas en houden intervisiebijeenkomsten. ‘Zo krijgen de teamleden ook feedback van buiten de school’, zegt Zwinkels. ‘Als ze dat willen kunnen ze natuurlijk ook met de andere scholen in gesprek.’ Voor iedereen die bezig is met taalbeleid wordt in januari een ‘margemiddag’ georganiseerd, waarop uitwisseling van ervaringen centraal zal staan.

Bovenschoolse werkgroep
De werkgroep die de studiedag heeft georganiseerd, organiseert nu in een iets andere samenstelling de ‘margemiddag’ en bereidt de invoering van het taalbeleid op de scholen voor. ‘Sommige scholen hebben een nieuwe leesmethode aangeschaft, andere zijn zich aan het oriënteren op een nieuwe methode, daar wordt dan binnen de werkgroep over gepraat’, vertelt Zwinkels. ‘We zijn hier heel praktisch ingesteld. Scholen gaan met een vraag rechtstreeks naar de werkgroep.’

Bestuur
De scholen zijn autonoom in het nemen van beslissingen over bijvoorbeeld een nieuwe methode, maar het bestuur houdt wel de vinger aan de pols. ‘Het bestuur is zeer betrokken bij het taalbeleid’, zegt Zwinkels. ‘De voorzitter heeft ook de studiedag bijgewoond. Het bestuur ondersteunt en stimuleert de invoering van taalbeleid op de scholen. Ze gaan de scholen ook bezoeken. Dat heeft een zeer motiverend effect.’

Schakelklas
De vier scholen, de Rosa–basisschool, de Buutplaats, de Zuidwester en de Petrus Dondersschool, hebben tussen de 200 en 450 leerlingen. De leerlingenpopulatie bestaat grotendeels uit kinderen met een allochtone achtergrond. Drie van de vier scholen hebben in het schooljaar 2006-2007 een schakelklas gehad. Alle vier de scholen hebben komend jaar een schakelklas.

Werkgroep op school
Alle groepen gaan tegelijk meedoen met de taalpilot. Ook de directies worden erbij betrokken. Het is de taalcoördinator die, samen met de directies, het beleid op de school gestalte geeft. ‘Op schoolniveau wordt ook een werkgroep gevormd’, vertelt Zwinkels. ‘die bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende bouwen. Hier wordt besproken wat er op bovenschools niveau is afgesproken en hoe dat vertaald wordt naar het niveau van de school. Bijvoorbeeld hoeveel leestijd er moet zijn en aan welke eisen een methode moet voldoen.’

Bewust
Het HCO gaat de leerkrachten begeleiden en coachen. Zo worden er voorbeeldlessen gegeven en krijgen de taalcoördinatoren begeleiding. ‘Op die manier vindt er professionalisering plaats. En het is gevoed vanuit de werkvloer, het gaat erom wat de vraag is van de school zelf.’ De vier scholen hebben in voorgaande jaren deelgenomen aan het onderwijskansenplan. ‘Dat heeft de leerkrachten sterk bewust gemaakt van de noodzaak om kansen te creëren voor deze kinderen’, zegt Zwinkels. ‘Dat is het eerste resultaat: het bewust worden van de collega’s.’

Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 11 juni 2007
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact