Joop Westerweelschool Amsterdam
Een kritische blik is onontbeerlijk
De Joop Westerweelschool in Amsterdam is een multi-etnische school met circa 350 leerlingen. Sinds september 2006 neemt de school deel aan de voorbereidende taalpilot. De school legt de nadruk op het vergroten van de woordenschat.
‘Een flink aantal jaren geleden zijn we begonnen met een programma om de woordenschat te verbeteren’, vertelt Carol Moes, adjunct-directeur en taalcoördinator van de Joop Westerweelschool. ‘We hebben daarvoor destijds ook een nieuwe methode aangeschaft. Maar we constateren, op grond van de citotoets en onze eigen toetsen, dat er te weinig ontwikkeling plaatsvindt. Er is wel een kleine vooruitgang zichtbaar, maar dat vinden we niet genoeg.’ Het besluit om in te zetten op woordenschat is genomen door het hele team. ‘Dat is een unaniem besluit geweest’, zegt Moes. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de resultaten achterblijven bij de verwachtingen en dat er dus moet worden ingegrepen.’
Woorden in de weer Om de woordenschatontwikkeling verder vooruit te helpen, organiseren de begeleider van de Amsterdamse schoolbegeleidingsdienst ABC Suzanne van Oers en taalexperts Marianne Verhallen en Dirkje van den Nulft een tweedaagse cursus Woorden in de weer. Woorden in de weer is geen methode, maar een manier om de vergroting van de woordenschat binnen het onderwijs extra aandacht te geven. Aan deze cursus nemen alle leerkrachten deel die volgend jaar aan de Joop Westerweelschool een groep hebben. ‘Ook de leidsters van de peuterspeelzalen doen mee’, vertelt Moes. ‘In ons gebouw zijn vijf voorschoolgroepen gehuisvest. We werken al langer samen, onder meer met vve-programma’s als Kaleidoscoop en Puk & Ko en Ik & Ko.
Begeleiding De kennis en vaardigheden die in deze tweedaagse cursus aan bod komen moeten goed worden ingeslepen. Daarom vindt er komend schooljaar intensieve begeleiding plaats. ‘Mijn collega, de adjunt-directeur onderbouw, en ik zullen volgend jaar een training volgen om leerkrachten te kunnen begeleiden op de werkvloer. Daarnaast krijgen alle leerkrachten drie keer een klasbezoek van de schoolbegeleider. Zo wordt de leerkracht verder ondersteund in de manier van werken met Woorden in de weer.’
Monitoring In het kader van de Pilot Taalbeleid moeten de gegevens van de citotoetsen en het leerlingvolgsysteem worden verzameld. ‘Maar dat doen we al’, zegt Moes. ‘We willen zelf ook weten wat de resultaten van onze inspanningen zijn.’ Moes verwacht niet dat zich op korte termijn een spectaculaire vooruitgang zal voordoen. ‘Het effect zie je pas na een jaar of twee.’
Schoolbreed Woorden in de weer zal schoolbreed worden ingevoerd. Moes: ‘Ik verwacht dat de tweedaagse cursus inspirerend zal werken. Dan wil iedereen meteen aan de slag, en moet je dat niet gefaseerd gaan invoeren. We gaan ook dit schooljaar nog flitsbezoeken afleggen aan de verschillend groepen. Dan kunnen we samen met de leerkracht nagaan of ze op de goede weg zitten.’ De ‘echte’ coaching vindt volgend jaar plaats. ‘Maar het bezig zijn met woordenschat, het vaststellen dat je iets kunt doen in de klas, dat geeft leerkrachten al bevestiging.’
Taalbeleidplan De beide adjuncten formuleren het taalbeleidplan en zijn ook de kartrekkers van Woorden in de weer. De schoolleider van de Joop Westerweelschool houdt zich in hoofdzaak bezig met managementtaken. ‘Maar we bespreken het plan uiteraard wel met de directeur. We zijn ook bezig met een schoolontwikkelingsplan’, vertelt Moes. ’Ook dat bespreken we met de directeur, en met iemand van ABC. Een kritische blik van buitenaf is onontbeerlijk.’
Ouders ‘Ouders spelen een grote rol op onze school’, vertelt Moes. ‘We zullen ze ook zeker betrekken bij de woordenschatontwikkeling.’ De Joop Westerweelschool is een Vreedzame school. Binnen dit programma worden ook bijeenkomsten voor de ouders georganiseerd. ‘We investeren daar veel tijd in. Dat doen we ook met andere onderwerpen als technisch lezen. De ouders willen graag helpen, dus we moeten ervoor zorgen dat ze daarvoor genoeg bagage hebben.’
Toekomst Als Woorden in de weer goed geïmplementeerd is – Moes schat over twee jaar – dan moet er ook een nieuwe taalmethode komen. ‘De huidige gaat alweer zo’n zeven, acht jaar mee. We zien nu minpunten aan deze methode.’ Daarnaast moet er worden ingezet op woordenschatvergroting bij de zaakvakken. ‘Dat gaan we als taalcoördinatoren echt oppakken. We denken dat kinderen de zaakvakken met meer succes zullen volgen als ze meer woorden krijgen aangereikt.’ Tenslotte moet ook de woordenschat in de rekenles meer aandacht krijgen. ‘De teksten van de cito-opgaven worden door onze leerlingen niet altijd goed begrepen, zodat ze de som daardoor verkeerd maken. Daar gaan we samen met ABC naar kijken.’
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 8 mei 2007
|
|