Amsterdam: Insulindeschool
Het kost tijd maar het werkt
Basisschool Insulinde is een multiculturele en multireligieuze school in het stadsdeel Zeeburg. De 220 leerlingen zijn verdeeld over twee locaties. De onder- en middenbouw delen de vestiging met de voorschool, de bovenbouw zit in een ander gebouw. Het team heeft schoolbreed ‘Met woorden in de weer’ ingevoerd.
Taal- en leesbeleid was op de school al langer een issue. Maar ondanks alle inspanningen bleven de resultaten achter. ‘Toen kwamen we in aanraking met “Met woorden in de weer” van Marianne Verhallen’, vertelt Dineke Kaars, tutor in groep 2. ‘We hebben een training gedaan, waarbij de voorschool met ons meetrainde. De voorschool valt onder een andere werkgever, maar de leidsters kregen er toch tijd voor vrij. En de kosten nam de school op zich.’
Viertakt De leerkracht werkt aan de vergroting van de woordenschat volgens een viertaktsysteem. ‘Het begint met een startwoord’, vertelt Kaars. ‘Dat moet een woord zijn dat nuttig is, frequent voorkomt of pregnant is voor de context. Daarmee maak je een cluster. Een cluster is een samenhangende groep woorden.’ De vier stappen van het viertaktsysteem zijn voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren. ‘Met voorbewerken trek je de aandacht van de kinderen’, legt Kaars uit. ‘Semantiseren is betekenis geven, dat doe je met de woorden van het cluster. Het startwoord ga je uitbeelden, door een concreet voorwerp te pakken of een plaatje te laten zien. Dan ga je uitleggen, dus de betekenis van het woord geven, en uitbreiden, door de woorden van het cluster erbij te betrekken.’ Semantiseren duurt maar kort, ongeveer vijf minuten, waarin heel vaak de woorden van het cluster en de betekenis worden herhaald. ‘Het lijkt in het begin heel onnatuurlijk, al dat herhalen’, zegt Karin van Soest, die op de Insulinde taalcoördinator is van de groepen 3 tot en met 8. ‘Steeds weer zeg je “schroef” en “schroevendraaier”, en vertel je dat een schroef een metalen staafje met ribbeltjes is. Maar het is heel belangrijk om dat te doen.’ Het consolideren gebeurt door het doen van spelletjes waarbij de kinderen worden uitgedaagd de woorden van het cluster zelf te gebruiken. De vierde stap, controleren, gebeurt in de onderbouw met observatielijsten, in de bovenbouw met toetsen.
Cluster ‘Kinderen met een taalachterstand kunnen minder goed categoriseren, legt Van Soest uit. ‘Daarom is de vorm waarin je een cluster aanbiedt heel belangrijk. Zo kun je ordening aanbrengen en krijgt een kind vat op de wereld.’ Een cluster kan de vorm van paraplu hebben, bijvoorbeeld ‘lentebloemen’ met daaronder tulp en hyacint, of een kast, waarin tegenstellingen geplaatst worden, zoals ‘onder de stoel – op de stoel’ of een trap, die een ontwikkeling laat zien, zoals ‘koud – lauw – warm – heet’. Het papier waarop het cluster staat blijft aan de muur hangen, en de woorden worden iedere dag herhaald. Pas als alle leerlingen de woorden kennen, wordt het cluster weggehaald. Kaars: ‘Maar dat lukt niet altijd bij alle kinderen. Soms moet je tevreden zijn als een woord tot de passieve woordenschat van een kind behoort. Je kunt ook differentiëren, zodat sommige kinderen van een cluster maar twee woorden actief kennen, en anderen drie of vier.’ Meer dan vier woorden doet Kaars zelden in een cluster. ‘Meestal maar drie.’
Tijd! ‘Het kost veel tijd’, zegt Van Soest. ‘Veel leerkrachten lopen daar tegenaan. Het semantiseren gaat nog wel, maar het bedenken van een goed cluster valt niet mee.’ De Insulinde is begonnen met twee clusters per week. ‘Het is een vast agendaonderdeel geworden, het komt bij iedere vergadering terug: hoe gaat het, doe je het nog. Je kunt het namelijk niet half doen, dan heeft het geen effect.’ Inmiddels ‘doet’ de school vier clusters in de week. Dineke Kaars en Karin van Soest zijn door onderwijsbegeleidingsdienst ABC getraind om klassenbezoeken af te leggen. ‘Eigenlijk is het meer een vorm van collegiale consultatie’, zegt Van Soest. ‘We kijken dan samen naar de clusters.’ In de zaakvakken is het nog het eenvoudigst toe te passen. ‘Dan heb je vanzelf een cluster.’
Uitleggen Het resultaat is in ieder geval dat kinderen met veel plezier de nieuwe woorden gebruiken. ‘Kinderen willen ook graag woorden uitleggen, vertelt Van Soest. ‘En dat doen ze dan in het viertaktsysteem.’
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 7 februari 2008
|
|