Woorden beklijven met digitaal woordenschatspel
Kinderen die oefenen met het digitale programma ‘Woordenschat’ gaan zienderogen vooruit. Zij leren in korte tijd veel woorden en onthouden de geleerde woorden ook, ontdekte leerkracht Lucy Corstiaensen. Zij onderzocht in haar scriptie Let op je woordenschat het effect van het programma in groep 4.
‘Het is een differentiërend programma voor woordenschatontwikkeling. Dat is volgens mij een belangrijke reden waarom het programma Woordenschat werkt. Kinderen kunnen op hun eigen niveau woorden oefenen. En als leerkracht kun je de instellingen zonodig aanpassen.’ Aan het woord is Lucy Corstiaensen, leerkracht bij basisschool (en taalpilotschool) ’t Fort in Bergen op Zoom. In december 2007 studeerde zij af in ‘Nederlands als tweede taal’ aan de Universiteit van Tilburg.
Nederlands als tweede taal In 2001 raakte Lucy betrokken bij het project Neveninstromers. ‘Toen werd mijn belangstelling voor Nederlands als Tweede taal en voor woordenschatverwerving gewekt. Daarom ben ik de duale opleiding ‘Nederlands als Tweede Taal’ gaan volgen.’ Voor haar afstudeerscriptie onderzocht zij het effect van het digitale programma Woordenschat van Uitgeverij Zwijsen. ‘Mijn studiebegeleider Dr. Anne Vermeer is een expert op het gebied van woordenschat. Door hem ben ik in contact gekomen met Zwijsen. Zij boden mij de mogelijkheid om mijn onderzoek te richten op een door hen ontwikkeld woordenschatprogramma.’ Van Zwijsen kreeg ze de beschikking over een beperkt onderdeel van het programma (één thema).
Ken ik niet De kinderen krijgen een lijst woorden die ze met hulp van eekhoorntjes moeten sorteren in de bomen ‘Ken ik wel’ en ‘Ken ik niet’. In de ‘Ken ik wel’-boom wordt de kennis van de woorden getoetst. Is het in orde, dan verzamelen ze hiermee eikeltjes in de ‘OK-zak’. Bij ‘Ken ik niet’ volgen spelletjes om de betekenis van het woord te leren. Lucy: ‘Het heeft geen zin om woorden die ze niet kennen in de ‘ken ik wel’-boom te leggen, want als ze de toets niet goed doen, gaat het woord automatisch naar de ‘ken ik niet’-boom en moeten ze alsnog oefenspelletjes doen.’ *)
Aansluiting bij methodes Het programma Woordenschat sluit aan bij de taalmethodes Zin in taal Nieuw of Taal in beeld en de leesmethoden Ondersteboven van lezen of Tussen de regels. Bij installatie kan de leerkracht aangeven welke methodes worden gebruikt. Het programma is ook onafhankelijk van deze methodes te gebruiken. ‘Ik vind de samenhang met de methodes een pluspunt van dit programma’, zegt Lucy. ‘Daardoor komen de woorden vaker aan bod en wordt het nog beter geoefend.’
Winst Lucy heeft op twee basisscholen met in totaal 33 allochtone leerlingen van groep 4 het onderzoek uitgevoerd. Na een voortoets hebben alle kinderen gemiddeld twaalf sessies van twintig minuten met een thema (tachtig woorden) uit het computerprogramma Woordenschat geoefend. Meteen hierna is er een natoets afgenomen en na vier maanden een tweede toets. Bij de eerste natoets is de woordenschat van de leerlingen vergroot met 46 procent, een hoge score in vergelijking met andere woordenschatprogramma’s. Ook op lange termijn houden ze de winst vast. Relatief hoge scoorders op de toets boeken meer winst (53 procent) dan de lage scoorders (38 procent). Een grotere woordenschat zorgt ervoor dat nieuwe kennis gemakkelijker wordt verworven. **)
Betekenis Ook kwalitatief zijn de leerlingen vooruitgegaan. Bij tweederde van de onderzoeksgroep blijkt dat de leerlingen de betekenis van woorden beter begrijpen. Kinderen kunnen woorden niet alleen definiëren, maar ook in een context plaatsen en een relatie leggen tussen het woord en andere woorden, zoals ‘ondergeschikt’ of ‘synoniem’. Het programma is ook goed door kinderen uit te voeren. ‘Ze vinden het leuk om te doen’, zegt Lucy. ‘Het plezier erin vergroot ook het succes.’
Meerwaarde Het programma Woordenschat heeft meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling voor de leerlingen die Lucy voor dit onderzoek inzette. ‘Maar er zijn ook andere factoren die invloed hebben op het succes. De samenstelling van de groep bijvoorbeeld.’ De school heeft het programma nu aangeschaft, en gebruikt het in de huidige groep 4. Aan het eind van het schooljaar wil Lucy de scores van deze groep 4 met die van vorig jaar vergelijken.
*) Op de website van uitgeverij Zwijsen is een demoversie te zien van Woordenschat.
**) Het percentage wordt berekend door het aantal juiste antwoorden in de voortoets af te trekken van het aantal juiste antwoorden in de natoets, vervolgens die uitkomst te delen door het aantal juiste antwoorden in de voortoets af te trekken van de maximaal te behalen scores bij de toets. Het gevonden getal wordt tenslotte vermenigvuldigd met honderd. Het percentage is vergeleken met de uitkomsten van andere woordenschatprogramma’s. Andere woordenschatprogramma’s hebben een gemiddelde score van 30 procent.
Let op je woordenschat. Beoordeling en effect in kwantiteit en kwaliteit van het computerprogramma ‘Woordenschat’ in het basisonderwijs
Samenvatting scriptie Let op je woordenschat
[-
26 Kb
]
|
|