Meer taal = beter taal
Meer taal = beter taal
Kinderen moeten veel weinig frequente en ‘vreemde’ woorden leren. Dat lukt het beste als ouders en leerkrachten lange gesprekken met ze voeren. Die moeten gaan over onderwerpen die ‘de wereld’ groter maken, zoals de verkiezingen. Dit betoogt Harvard-professor Catharine Snow.
‘Wat noemen we een succesvolle school? Dat is een school waar leerlingen diepe kennis, kennis van ‘de wereld’, opdoen bij het lezen’, zegt Catharine Snow. Snow is professor aan de Harvard Graduatie school of Education. Taalaanbod en interactie zijn haar belangrijkste onderzoeksgebieden. In de zeventiger jaren was zij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Op de zesde stedelijke taalconferentie Taalbeleid in een achtbaan op 3 februari in Amsterdam gaf zij een keynote lezing over het bevorderen van ‘academische taalvaardigheid’.
Burgerschap 'We willen dat onze leerlingen kritisch kunnen lezen. Neem burgerschap, wat is daarvoor nodig? In maart zijn er verkiezingen. Dan willen we dat mensen kranten lezen en luisteren naar politici. Dat is moeilijk. Dat heeft te maken met academische taalvaardigheid.’
Begrijpend lezen Alle kinderen kunnen technisch lezen, zij het soms niet snel genoeg, daar zit niet het probleem, dat zit bij begrijpend lezen. ‘Oudere leerlingen kunnen vaak niet goed genoeg begrijpend lezen. Dat heeft te maken met woordenschat en kennis van de wereld.’ In een onderzoek heeft Snow getoetst of kinderen woorden als ‘interpreteren’, ‘decade’, ‘dramatisch’ kenden. ‘De kinderen dachten vaak dat ze het wisten, maar dat is niet zo. De meesten weten ook weinig van de onderwerpen waarover ze lezen, zoals diabetes, klimaatverandering, onderwijs, inkomen.’
'Het begint met fonemisch bewustzijn' De voorbereiding op dit soort onderwerpen en op academische taalvaardigheid moet beginnen in de voor- en vroegschoolse periode, zegt Snow. ‘Het begint met fonomisch bewustzijn, woordenschat, begrijpend luisteren, kennis van de wereld. Dat zijn de factoren die begrijpend lezen voorspellen op latere leeftijd.’ Deze factoren zijn niet allemaal even belangrijk. ‘Een groot probleem is de woordenschat. Een beetje taalvaardige volwassene kent ruim 40.000 woorden. Daar moet dus tijd en aandacht naartoe. Dat geldt ook voor kennis van de wereld. Het is dus belangrijk om te praten over begrotingen, klimaatverandering, en andere brede onderwerpen.’
Uitgebreid praten Ouders en leerkrachten kunnen hier veel aan doen, vertelt Snow. ‘Ouders moeten uitgebreid praten met hun kinderen. Wat gebeurde er vandaag op school? Wat deed de juf toen? Wat deed jij toen? Stimuleer ze om verhaal te vertellen of iets uit te leggen. In langere gesprekken over een onderwerp komen meer woorden aan bod: ook minder frequente woorden en ‘moeilijke' woorden. Ook leerkrachten moet gesprekken voeren met de kinderen en zorgen dat minder frequente woorden en moeilijke woorden worden gebruikt. ‘Meer taal is beter taal’, houdt Snow haar gehoor voor. Leidsters in de voorschoolse periode die veel 'moeilijke' woorden gebruiken, zorgen dat hun leerlingen vier jaar later een grotere woordenschat hebben.
Drie terreinen Wat moet je doen? Er zijn drie terreinen waarop je moet ingrijpen, zegt Snow. Dat is het curriculum, de interventie (voor zwakke kinderen) en integratie: bij alles wat er gebeurt rijk taalgebruik hanteren.
Curriculum Aandacht schenken aan interessante onderwerpen. De wereld uitbreiden betekent betekenisvelden uitbreiden. Daarbij moet de leerkracht vreemde woorden vaak herhalen in steeds nieuwe contexten. Daarnaast effectieve instructie toepassen: steeds meer door het kind zelf laten lezen, woorden expliciet uitleggen en plannen. ‘Weet wat je wil dat de kinderen leren. Hanteer een lijst doelwoorden, en zorg dat in liedjes en boeken doelwoorden worden gebruikt. Organiseer activiteiten rond 'moeiijke' woorden. Bij een onderwerp als ‘bouwterrein’ richt je een speelhoek in vol bouwmateriaal. Het curriculum zorgt dat er een plan ligt tot het vergroten van woordenschat en kennis van de wereld. Zonder plan kun je de vorderingen niet meten.’
Interventie
Samen taken doen Snow heeft een onderzoek uitgevoerd waarbij een groep kinderen door de ouders samen taken uitvoerden en een controlegroep waar dat niet gebeurde. Op alle terreinen scoorden de kinderen beter als ze samen met hun ouders taken hadden uitgevoerd.
Eerst in de moedertaal Een verhaal eerst in de moedertaal en dan in de tweede taal voorlezen heeft het effect dat tweetalige kinderen sneller de tweede taal leren.
Gebruik informatieve boeken Woorden die in informatieve boeken worden gepresenteerd worden net zo makkelijk of makkelijker – doordat er soms plaatjes bijstaan – geleerd dan fictie. De kinderen vinden het leuk. De leerkrachten meestal ook.
Integratie Hoe kan je taal verrijken? Snow geeft tips: ‘Praten over rekenen en wiskunde heeft zin. Bijvoorbeeld ‘Is dit boek groter dan die bal?’ Er is een relatie tussen geletterdheid, taal en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ga praten over gevoelens en over interactie. Er zijn veel woorden voor emoties. Het is goed voor de woordenschat en voor kennis van de wereld.
Volgen Het beste gebruik van alle strategieën berust op een helder beeld van wat kinderen nodig hebben. ‘Observeer de kinderen, volg de kinderen in hun ontwikkeling’, zegt Snow. ‘En vervolgens moet je natuurlijk handelen.’
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, februari 2010
|