Visualiseren en tekstbegrip
Wie een tekst leest ‘ziet’ de beschreven gebeurtenissen, voorwerpen of landschappen voor zich. Dat helpt bij het begrijpen van een tekst, stelt docent taal en dyslexie Anjette van de Ven. Leerkrachten kunnen kinderen helpen die mentale beelden te ontwikkelen.
‘Als een kind een tekst niet begrijpt, dan wil je als leerkracht weten hoe dat komt’, zegt Anjette van de Ven. Zij is als onderzoeksdocent verbonden aan de Hogeschoo l Windesheim bij de opleiding Speciale Onderwijszorg SEN. ‘Het gaat mis doordat dit kind geen mentale beelden krijgt. Als je leest over een kind dat fietst, dan krijgen de meeste mensen een soort filmpje in hun hoofd van een fietsend kind. Je krijgt zelfs dezelfde lichamelijke sensatie. Wanneer dat niet gebeurt, wanneer we de tekst niet kunnen verbinden met eigen ervaringen, dan ontstaat er geen tekstbegrip, of maar zeer fragmentarisch.’
Expliciet Leerkrachten kunnen dit proces ondersteunen door expliciet te vragen naar het filmpje, zegt Anjette. ‘Iedereen neemt aan dat het gebeurt, maar soms moet je het metacognitief controleren. Ook de stap ervoor is belangrijk. Je kunt als leerkracht voordoen hoe je zelf een tekst beleeft, en welke zintuiglijke gewaarwordingen daarbij een rol spelen. Het gaat niet alleen over beelden, maar ook over mentaal voelen, ruiken en horen. Als je bijvoorbeeld over vervuiling leest, kun je vertellen dat je vieze dingen ziet en ruikt, dode vissen in de sloot, grijze wolkenslierten. Je doet een beroep op het denken van je lichaam.’
Mama kijkt boos Ook bij kleuters kun je mentale beelden ontwikkelen. Het gaat bij kleuters vaak over emotie, bijvoorbeeld: mama kijkt boos. ‘Kleuters leren dan dat niet ieder kind hetzelfde plaatje in zijn hoofd krijgt, want ieder kind heeft een eigen mama. Of je gaat in op het begrip ‘herinneren’. Dat betekent dat je iets voor je ziet wat je zelf hebt meegemaakt. Zo leren ze tekst verbinden met eigen ervaringen.’
Interactief voorlezen ‘Bij kleuters maken leerkrachten vaak doelbewust gebruik van visualiseren. Bij interactief voorlezen praten de leerkrachten over wat er gebeurt, hoe dat eruit ziet. Maar in groep 3 en 4 gaat alle aandacht naar technisch lezen, en de aandacht voor begrip schiet erbij in. De verworvenheden van het interactief voorlezen worden dan vaak niet meer benut.’
Verbinden Visualiseren kun je blijven inzetten. Niet alleen door kinderen te vragen zich iets mentaal voor te stellen, ook door teksten concreet te maken met filmpjes en materiaal, door een rijke leeromgeving te creëren. Bij leerlingen met spraak- en hoorproblemen speelt dit des te meer. ‘Deze leerlingen gaan beter lezen als je beeld en tekst verbinden kunt. Het gaat erom dat je de processen die je tot je beschikking hebt omdat je lichaam iets met je brein doet om tekst te begrijpend, ook gebruikt.’
Projectbureau Kwaliteit, maart 2010
|