Basisonderwijs  
Taalpilots
Wijs met woorden

Stappenplan

Wijs met woorden

Veel taalmethodes hebben een woordenschatlijn. Maar vaak is meer nodig om kinderen woorden te laten onthouden. De Zeeuwse onderwijsadviesdiensten RPCZ en Bazalt ontwikkelen daartoe het programma Wijs met woorden, gebaseerd op het programma Six Steps van de Amerikaanse onderwijsexpert Marzano, voor de Nederlandse markt.



De uitgangspunten van Wijs met woorden zijn Interactie, Talig en niet-talig, Schooltaal en vaktaal en Spelen met woorden.

Zes stappen

De zes stappen van woordenschatonderwijs zijn:
1 De leraar selecteert en omschrijft het woord
2 De leerlingen omschrijven in hun eigen woorden
3 De leerlingen tekenen het woord
4 De leerlingen doen activiteiten met het woord
5 Interactie tussen de leerlingen over woorden
6 Spelenderwijs meer inzicht in woorden.

Omschrijven en tekenen
De eerste drie stappen horen bij elkaar. Het onderwijs werkt veel met tekst, maar niet alle kinderen zijn even talig ingesteld als de leerkracht.  Voor het opslaan in het lange termijngeheugen is het daarom nodig niet alleen talig met woorden bezig te zijn. Bij Six Steps maken kinderen nadat ze in hun eigen woorden het woord hebben omschreven een tekening, of een grafiek, of een andere niet-talige voorstelling. Monique: ’Als je bijvoorbeeld over voedingsstoffen praat en je hebt het over ‘vitamine’, dan vertel je ook dat het voorkomt in fruit en brood, en niet in drop. Kinderen tekenen dan bij vitamine bijvoorbeeld een appel. Het is belangrijk dat je daarover praat, dat je een woord in een context plaatst.’

Activiteiten
Voor de stappen 4, 5 en 6 moet je tijd maken, zegt Monique. ‘Je gaat woorden herhalen, kennis verdiepen. Bijvoorbeeld bij aardrijkskunde, als het erom gaat hoe de warme golfstroom de omgeving beïnvloedt, kun je met het woord beïnvloeden associatieoefeningen doen en woordwebben maken. Wanneer je woorden in een netwerk aanbiedt, ga je rangschikken, bijvoorbeeld in de vorm van schema's of grafieken. Op die manier herhaal je de kennis. Kinderen schrijven de nieuwe woorden en inzichten op in een werkmap.’

Interactie
Kinderen bespreken de woorden uit hun werkmap met elkaar. Monique: ‘De leerkracht helpt die gesprekken op gang. Als het bijvoorbeeld gaat over democratie, kan ze als stelling poneren dat het leven in een dictatuur zo gek nog niet is. Voor dit soort gesprekken is een grote woordenschat nodig, en ook inzicht in het onderwerp. Daarmee stimuleer je ‘academische’ taal.

Schooltaal en vaktaal
Ook kinderen uit een taalrijke omgeving kennen niet vanzelfsprekend de woorden van een vakgebied of woorden die specifiek op school worden gebruikt. Monique: ‘Het woord “beïnvloeden” komt bijvoorbeeld veel voor in wereldoriëntatie, zoals in “het klimaat beïnvloedt de leefomstandigheden”. Woorden die met rekenen en wiskunde te maken hebben zijn ook vaak ongewoon, zoals  “erbij”, “eraf”, “vermenigvuldigen”. Six Steps richt zich op schooltaal. Het gaat ook om woorden die je nodig hebt om de leerstof te kunnen begrijpen.’

Spelen met woorden
Woordenschatonderwijs is vooral effectief als het leuk is. Monique: ‘Taal- en woordspelletjes zijn gewoon leuk. Dat motiveert en zorgt voor betrokkenheid.’

Projectbureau Kwaliteit, juli 2010

 


© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact