Basisonderwijs  
Taalpilots
Lezen stopt nooit

Kees VErnooy

Kees Vernooy in lectorale rede: Zorg dat leerkrachten deskundiger worden

Leerkrachten moeten veel beter worden opgeleid om leesonderwijs te geven, vooral aan zwakke leerlingen. Dat zegt dr. Kees Vernooy in zijn Lectorale rede Lezen stopt nooit.

Meer dan een kwart van de leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs behoort tot de risicolezers. Dat betekent dat de kans groot is dat zij steeds minder gaan lezen en hun leesvaardigheid daarmee steeds verder verslechterd. Een zorgelijke zaak, vindt Kees Vernooy. ‘Lezen stopt nooit. Laaggeletterde volwassenen hebben een gewone intelligente en hebben gewoon op basisscholen gezeten. Maar het minimumniveau van AVI-9 hebben ze niet bereikt, met ernstige gevolgen voor het begrijpend lezen en het vervolgonderwijs. Leerkrachten moeten daarom in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs weten wat ze moeten doen om de leesprestaties van risicoleerlingen te verbeteren. Lezen is geen aangeboren talent, het is een aan te leren vaardigheid. Het is onacceptabel dat kinderen en volwassenen niet vlot kunnen lezen.’

Verklaringen voor de leesproblemen
Er zijn vijf, elkaar versterkende, verklarende factoren voor de slechte leesresultaten van het Nederlandse onderwijs.
Ten eerste wordt er in de voor- en vroegschool te weinig gewerkt aan woordenschatontwikkeling en  fonemisch bewustzijn. ‘De verschillen tussen kinderen in groep 1 kunnen zeer groot zijn. Maar kennelijk kunnen we ook nog steeds ons basisonderwijs niet zo organiseren dat de problematiek effectief wordt aangepakt.’
De tweede verklarende factor is de inrichting van het leesonderwijs in groep 3 en 4. ‘Tweederde van de leerkrachten heeft te weinig aandacht voor omgaan met verschillen in leesontwikkeling. Interventie in deze fase van leesontwikkeling door de instructie en de leertijd uit te breiden kan zoveel narigheid voorkomen. Maar er wordt nog teveel gedacht dat de leesvaardigheid na groep 3 zich vanzelf ontwikkelt.’
Ten derde wordt de leesvaardigheid van zwakke lezers niet onderhouden. ‘Na de basisschool moet er veel meer aandacht zijn voor het verder uitbouwen van de leesvaardigheid.’
Ten vierde zijn de meeste leesproblemen in feite kwaliteitsproblemen. ‘Er zijn maar weinig kinderen echt dyslectisch. De leesproblemen worden veroorzaakt door slecht onderwijs: onvoldoende instructie, werken met slechte methoden, leesmethoden die niet volledig worden behandeld, te weinig tijd voor zwakke lezers, ineffectieve differentiatie.’ Daarnaast ontbreekt een goede leesdeskundigheid bij veel leerkrachten. ‘Onderzoek laat steeds meer zien dat de kwaliteit van de leerkracht de belangrijkste factor is bij leessucces van risicolezers. Maar we moeten ook kijken naar de rol van de schoolleider. Volgens internationaal onderzoek functioneren Nederlandse schoolleiders slechter dan bijvoorbeeld Britse en Amerikaanse.’
Ten slotte is er te weinig aandacht voor preventie. Vroegtijdig interveniëren is effectiever dan later remediëren. In de voorschoolse periode moeten de problemen al gesignaleerd en aangepakt worden. ‘Het wordt niet vanzelf beter. Spraak- en taalproblemen verdwijnen niet met het ouder worden van kinderen.’

Verbeteren
Laaggeletterdheid kan worden voorkomen. Om te bereiken dat iedereen vlot leert lezen moet er meer aandacht zijn voor de deskundigheid van de leerkracht en andere opvoeders. Daarnaast moet de school zorgen voor effectief onderwijs. ‘Deskundigheid betekent dat leerkrachten moeten beschikken over adequate leesinhoudelijke kennis en de vaardigheid om die kennis te kunnen toepassen. Leerkrachten moeten kunnen werken met een effectief curriculum en met effectieve instructie en ze moeten effectief interveniëren bij risicoleerlingen. Het heeft geen zin een goede leesmethode in huis te hebben als de leerkracht niet geprofessionaliseerd is in het geven van instructie met die methode.’ Daarnaast is de schoolleider een factor van formaat. ‘Zonder goed leiderschap zijn inspanningen om de resultaten te verbeteren van bijvoorbeeld het leesonderwijs vruchteloos.’
Effectief onderwijs kenmerkt zich door doelgericht taal- en leesonderwijs, het gebruik van evidence based programma’s en methoden, zorgen voor voldoende instructie- en leertijd en het monitoren van de resultaten. ‘Leerkrachten met veel D- en E-scores en ook de scholen waar veel leesuitval is moeten expliciet worden ondersteund. Toetsgegevens kun je gebruiken om op te sporen waar ondersteuning en onderwijsverbetering nodig is.’

Lectoraat
Binnen het lectoraat ‘Doorlopende Leerlijnen: effectief taal- en leesonderwijs' van Hogeschool Edith Stein richt dr. Kees Vernooy zich in de eerste plaats op kinderen tussen 5 en 8 jaar. Daarnaast vormen vmbo-leerlingen en volwassen laaggeletterden de doelgroepen van het lectoraat.
Het lectoraat wil door het uitvoeren van toegepast onderzoek bijdragen aan:
• Het verder optimaliseren van het leesonderwijs in het primair onderwijs voor (potentiële) risicolezers en zwakke lezers
• Het ontwikkelen van een ‘leesinterventiestrategie’ voor laaggeletterde vmbo-leerlingen en volwassenen
• De ontwikkeling van een aanpak voor optimale ouderbetrokkenheid bij het oplossen van zwakke leesprestaties van leerlingen in het primair onderwijs en vmbo
• Het verder optimaliseren van de lerarenopleiding als het gaat om het toerusten van studenten ten behoeve van potentiële risicolezers en leeszwakke leerlingen
• Het verder optimaliseren van de onderwijsadvisering en schoolleidingen als het gaat om het begeleiden van teams op het gebied van het wegwerken van onvoldoende prestaties op het terrein van lezen.

Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, februari 2009


090402 Lezen stopt nooit. Presentatie [- 1587 Kb ]
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact