Basisonderwijs  
Taalpilots
Tijd voor lezen

Mariet Forrer in de workshop Tijd voor lezen. Marco Beets Fotografie

De meeste leerlingen kunnen na groepsinstructie zelfstandig verder met voortgezet technisch lezen. Voor tien tot twintig procent is meer nodig. Maak groepjes met goede, matige en zwakke lezers. Dan is voor de leerkracht de benodigde instructietijd goed in te delen.


Impressie van de workshop ‘Tijd voor lezen; Differentiatie in de leesles’, door Mariët Förrer (CPS, Amersfoort). Conferentie ‘In gesprek over de onderwijspraktijk’, Lunteren, 23 maart 2009.

Goede lezers loslaten: niet iedere leerkracht durft dat. Bij differentiëren is vaak het beeld dat de leerkracht van groepje naar groepje rent. Dat verhoogt de werkdruk en daar is niemand blij mee. Differentiëren vergt veel organisatie en klassenmanagement. Belangrijk is dat de beschikbare tijd effectief wordt ingezet.

Methode groep 3
Alle kinderen in groep 3 moeten 360 minuten per week besteden aan technisch lezen. Sommige methoden halen dat met gemak: Veilig Leren Lezen (405 minuten, inclusief taal) en Leessleutel (450 minuten) bijvoorbeeld. Maar bij Leeslijn is het maar 330 minuten. ‘Dan moet je extra tijd aan lezen besteden’, zegt Mariët Förrer, adviseur van CPS in Amersfoort. ‘We weten uit onderzoek: de makkelijkste manier om lezen te verbeteren is meer tijd uittrekken.’

Risicolezers in groep 3
Zwakke lezers moeten daarboven nog eens een uur per week verlengde instructie krijgen. ‘Bij Veilig Leren Lezen zit dat in de methode, andere methodes geven wel extra stof maar je moet zelf een plan bedenken’, zegt Mariët. ‘Voor de meeste zwakke lezers is dat uur genoeg. Voor een enkeling is er nog meer individuele instructie nodig.’

Groep 4 t/m 8
In groep 4 gaat 150 tot 180 minuten naar voortgezet technisch lezen, in groep 7 en 8 is dat teruggelopen tot 60 minuten per week. Daarnaast moet er drie kwartier tot een uur besteed worden aan voorlezen en andere leesactiviteiten (in groep 7/8: een half uur). Zwakke lezers moeten 60 minuten per week extra aan automatiseren en herhaald lezen besteden. Intensieve individuele instructie is nodig voor de zeer zwakke lezers. Kinderen die met moeite AVI-9 hebben gehaald, moeten goed in de gaten worden gehouden. Zij kunnen weer terugzakken in niveau.

Convergente differentiatie
Om de verschillen tussen leerlingen te hanteren kiest Mariët voor convergente differentiatie. Dat betekent dat alle leerlingen de gestelde minimumdoelen halen. Voor zwakke lezers wordt meer tijd uitgetrokken, ook krijgen zij meer begeleiding en meer instructie per week. Op die manier blijven de verschillen tussen kinderen zo klein mogelijk. Aan het eind van het schooljaar heeft ook de zwakke leerling de gestelde doelen behaald.

Subgroepen
Rekening houden met verschillen doe je door de groep in drieën te verdelen. De groep instructiegevoelige leerlingen of methodevolgers scoren op het gewenste niveau. De instructieafhankelijke leerlingen of risicolezers scoren onder het gewenste niveau. De instructieonafhankelijke leerlingen scoren boven het gewenste niveau, dit zijn goede lezers die met weinig begeleiding goed presteren.

Datamuur
Plak je leerlingenresultaten op een ‘datamuur’. In drie kolommen met DMT scores – A/B, C en D/E – vul je drie rijen in: Boven het vastgestelde AVI-niveau, Op het AVI-niveau en Onder het AVI-niveau. Zo kun je je groep indelen in leerlingen die instructieonafhankelijk, instructiegevoelig en instructieafhankelijk zijn.

De leesles
Na de start geeft de leerkracht instructie en begeleide oefening aan de hele groep. Vervolgens gaan de A, B en eventueel de C-leerling – dat is ter beoordeling van de leraar – zelfstandig aan de slag. D/E –leerlingen krijgen verlengde instructie en begeleiding. Na de vastgestelde tijd oefenen de D/E-leerlingen zelfstandig en krijgen de A, B en C-leerlingen feedback. Vervolgens wordt de les afgesloten. ‘Een belangrijke fase’, zegt Mariët. ‘Aan het begin van de les vertel je wat het doel is, aan het eind kom je daarop terug.’

Tijdschema
Mariët presenteert een schema hoe in vijf dagen vier keer 45 minuten en een keer 30 minuten de leesles voor groep 4 kan worden ingevuld. Zelfstandig werkende leerlingen gaan twintig of dertig minuten in groepjes aan de slag met een leesactiviteit, bijvoorbeeld ‘informatieve boeken’ of ‘strips’. Risicolezers krijgen twintig minuten extra instructie terwijl de rest bezig is. Maar ook voor de methodevolgers en de goede lezers is ruimte in het schema. ‘Met hen ga je oefenen met hardop lezen: de intonatie en het uitspreken van moeilijke woorden. De zwakke lezers voeren tijdens deze tien of twintig minuten zelfstandig een leesactiviteit uit.’

Heterogene groepjes
Het is belangrijk dat de zwakke leerlingen niet voortdurend bij elkaar zitten. Tijdens de twintig of dertig minuten begeleiding van de leerkracht is het onvermijdelijk dat instructieafhankelijke leerlingen een groepje vormen. Ook de methodevolgers krijgen twee keer per week twintig minuten, en goede lezers lezen twee keer per week tien minuten samen met de leerkracht. Maar wanneer de kinderen bezig zijn met een zelfstandige leesactiviteit zijn de groepjes divers van samenstelling. 

Meer informatie over: zie de kwaliteitskaarten
Tijd voor lezen en taal
Differentiatiemodellen in de leesles
Extra tijd voor risicolezers
Vaardigheden van de leerkracht
http://www.taalpilots.nl/implementatiekoffer/kwaliteitskaarten

Projectbureau Kwaliteit, maart 2009
Foto's: Marco Beets Fotografie
 


© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact