Workshop Tekenen is leuk
Tekenen is leuk, maar taal is belangrijker
Kleuters vinden letters leren lezen leuk. Daarom moet de leerkracht alle kleuters letters aanbieden, niet alleen degenen die eraan toe zijn. Technisch leren lezen in groep 3 krijgt een enorme impuls als alle kleuters bij aanvang al vijftien letters kennen. Praktische voorbeelden van goed taalleesonderwijs.
De christelijke basisschool Drakensteyn neemt, samen met veel andere scholen van het samenwerkingsverband Enschede / Losser, deel aan de Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden. Op de eerste dag van de driedaagse conferentie in Lunteren van 17-19 maart 2008 laat intern begeleider Gerard Regeling in de workshop ‘Tekenen is leuk, maar taal is belangrijker’ zien hoe het taalleesbeleid op Drakensteyn vorm krijgt.
Samenwerkingsverbandbreed Het samenwerkingsverband Enschede heeft de taalpilots verbandbreed opgepakt. Schooldirecteuren bespreken in bovenschoolse bijeenkomsten hun taallees-resultaten en worden bijgeschoold tot resultaatgericht onderwijskundig schoolleider. Intern begeleiders bespreken ook de resultaten, en worden ondersteund bij interventies op schoolniveau. En ook de leerkrachten krijgen de resultaten onder ogen en krijgen in bijeenkomsten praktische tips. Dit alles wordt begeleid door onderwijsadviesbureau CPS in Amersfoort en schoolbegeleidingsdienst Expertis in Hengelo. Het samenwerkingsverband heeft een Steunpunt Onderwijszorg ingericht, dat de taalpilot coördineert en waar intern begeleiders met collegiale consulten worden ondersteund.
Schoolsucces De inzichten van Kees Vernooy zijn leidend bij de taalpilot, vertelt Gerard Regeling. Schoolsucces is het doel van het taalonderwijs. Daarvoor is begrijpend lezen cruciaal. De basis voor begrijpend lezen vormen het technisch lezen en voldoende woordenschat.
Kleutertoetsen Een taalanalyse van de school is het begin. Welke materialen en welke didactiek wordt gehanteerd, hoe worden zwakke lezers geholpen en wat zijn de resultaten? Vervolgens wordt de gewenste situatie geschetst. Regeling laat zien hoe dit wordt uitgewerkt in de groepen 1 en 2: Aan het eind van groep 2 moeten kleuters een goed ontwikkeld fonemisch bewustzijn hebben, vijftien letters kennen en de eigen voor- en achternaam kunnen schrijven. Dit is vertaald in SMART-doelen: 95 procent haalt een A, B of C-score op de citotoets Taal voor kleuters, 95 procent haalt een voldoende score op de test fonemisch bewustzijn, 95 procent haalt een voldoende score op de cito-grafemen-toets en 95 procent kan in zijn / haar eigen handschrift de eigen voor- en achternaam schrijven.
Toe aan lezen Deelnemers aan de workshop die werken met groep 1 en 2 protesteren. Kleuters zijn verschillend. Sommigen zijn aan het leren van letters en het leren lezen toe, maar niet allemaal, zeggen zij. Sommige kleuters kennen nog niet eens de kleuren. En: een ervaren leerkracht herkent de verlegen kleuter, die wel toe is aan leren lezen maar het niet laat merken, heus wel. ‘Daar kom ik op terug’, belooft Regeling.
AVI-9 Ook voor groep 3-8 worden meetbare doelen geformuleerd. In groep 3 haalt 95 procent van de leerlingen A, B, of C op de drieminutentoets. 95 procent van de leerlingen behaalt niveau AVI-2 aan het eind van groep 3, AVI-5 aan het eind van groep 4 en AVI-9 aan het eind van groep 5. Ook hiertegen komt protest: alle kinderen lezen in groep 8 op niveau AVI-9. Dat is toch zeker voldoende? ‘Nee’, zegt Regeling. ‘Onderzoek wijst uit dat de gevoelige periode voor leren lezen tot het negende jaar is. Daarna kan het kind het nog wel leren, maar het gaat veel moeizamer.’
Letters In groep 1 en 2 krijgen alle kinderen letters aangeboden. ‘Er was discussie of dat een vaste groep letters moest zijn, maar dat doen we niet’, vertelt Regeling. Er is dagelijks aandacht voor woordenschat: iedere dag leert de leerkracht bewust twee woorden aan. ‘Volgens Kees Vernooy moeten dat er twee per les zijn. Maar daarvan hebben we gezegd: dat doen we niet.’ De woorden worden ‘s morgens in de grote kring aangeleerd, en ‘s middags in de kleine kring herhaald. Met een door CPS verstrekte map wordt aan het fonemisch bewustzijn gewerkt.
Letter en woordmuren Aan de wanden ontstaan lettermuren. De leerkracht plakt plaatjes van woorden die beginnen met de centrale letter op een groot stuk papier. ‘Het leuke is dat de juf zelf geen plaatjes hoeft te verzamelen’, zegt Regeling. ‘De kinderen komen zelf met een plaatje van een banaan voor bij de B.’ Kinderen dragen de letters soms ook zelf aan. ‘Dan wijzen ze een letter aan in de krant en vragen ze aan hun moeder wat voor letter dat is. Dat komen ze dan trots op school vertellen.’ Ook het aanleren van nieuwe woorden heeft spontane activiteiten van kleuters tot gevolg.
Alle kleuters leren ‘Alle kleuters leren letters’, zegt Regeling. ‘Ook de kleuters waarvan de leerkracht niet had gezien dat ze eraan toe zijn.’ Bijkomende voordelen: de kinderen voelen zich competent en trots en stralen zelfvertrouwen uit. De leerkrachten zijn ook enthousiast en op de lijsten die Regeling bijhoudt met de scores is te zien dat de letterkennis van kleuters stijgt. ‘Inmiddels behandelen we kern 1 van Veilig Leren Lezen al in groep 2’, vertelt Regeling. ‘We hebben wel ontdekt dat we daar de tijd voor moeten nemen. We beginnen in maart al.’
Voorzeggen Belangrijk is dat de hele methode wordt doorgewerkt. De eerste schoolweek in groep 3 herhaalt de leerkracht kern 1. ‘Dat is nodig omdat je na de zomervakantie verlies hebt’, zegt Regeling. Belangrijk is ook de didactiek van het voorzeggen: de leerling niet laten stuntelen, maar bij aarzeling meteen helpen en verbeteren. Kinderen die langzamer zijn of misschien dyslectisch moeten extra instructie krijgen met via ‘convergente differentiatie’ en zo nodig extra instructie buiten de groep. ‘Maar wel op dezelfde manier als in de klas.’
Voorlezen en koorlezen ‘De leerkracht laat de taalzwakke leerling niet los!’ zegt Regeling. Andere kinderen kunnen zelf aan het werk, maar de leerkracht maakt samen met de zwakke leerlingen het werkboekje van Veilig Leren Lezen. De leerkracht leest voor uit leuke boekjes en laat de klas daarna ‘koorlezen’; allemaal samen hardop lezen en bijwijzen, en daarna stillezen.
Schoolleider Na de groepsleerkracht is de schoolleider de meest bepalende factor op school, is de overtuiging van Regeling. Bij succesvolle scholen buigt het hele team zich over het taalbeleidplan en de resultaten. De taken tussen de intern begeleider en de schoolleider zijn duidelijk verdeeld en het gaat erom te willen leren: ‘Not to blame or to shame’.
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden , 18 maart 2008
|
|