Taalontwikkeling in groep 1 en 2
Systematisch en planmatig te werk gaan bij de taalontwikkeling is in de kleuterbouw niet vanzelfsprekend. Nodig is het wel. Vooral ‘risicokinderen’ hebben veel baat bij de aandacht van de leerkracht.
Impressie van de workshop ‘Taalontwikkeling in groep 1 en 2’ door Yvonne Leenders en Mariët Förrer (CPS). Conferentie Scoren met Taal/leesonderwijs, Utrecht, 19 mei 2009
Er zijn heel veel activiteiten die in de onderbouw de taalontwikkeling stimuleren. Mariët Förrer laat dit in een aantal dia’s zien: voorlezen, verteltafels, verteltassen, woordspinnen, woordmuren, woordparaplu’s, de voelmand, werken met hoeken (reisbureau, postkantoor), het lettergroeiboek. En de deelnemers in de zaal vullen moeiteloos aan met een ‘kletstheater’, een driedimensionale woordspin (behalve plaatjes en letters ook voorwerpen) en ‘Achterwerk in de klas’.
Risicokind Deze activiteiten zijn vooral gericht op de kinderen in de regulieren groep. Waar we het in deze workshop over gaan hebben, is het risicokind. Niet iedereen legt bij risicokinderen meteen de relatie met de taalontwikkeling, maar die relatie is er wel. Kinderen met gedragsproblemen vallen eerder op dan stille kinderen. Maar rustige kinderen die tot niks komen als de leerkracht niet met ze bezig is: dat is een zorg. Bij hen kan er na twee jaar ineens een taalachterstand zijn.
Leerkracht doet ertoe Systematisch en planmatig handelen, differentiëren: de onderbouwleerkracht is er niet goed in. ‘We spelen in op het moment van de dag’, zeg Yvonne Leenders, ‘daar ligt ook onze kracht. Maar we moeten beseffen hoe belangrijk het is dat alle kinderen profiteren van de tijd in de onderbouw. Kinderen die onvoldoende taalontwikkeling doormaken krijgen een probleem in groep 3.
Zicht op taalontwikkeling Hebben we als leerkracht wel voldoende zicht op de taalontwikkeling van de kinderen? Er gebeurt veel tegelijk in de groep. Kinderen die in hoeken bezig zijn, zijn niet altijd allemaal bezig: soms is een kind de aanvoerder, en komt zo het werkje tot stand. De andere twee in het groepje zijn meegelift. We moeten dus beter plannen wat we doen.
Klassenmanagement ‘We moeten af van het rondje’, zegt Yvonne. ‘Sommige kinderen hebben minder behoefte aan aandacht dan andere kinderen. Het blijkt dat de kleine kring meer effect heeft dan de grote, dus verkort de instructie in de grote kring en doe meer in de kleine kring. Kleuters vertonen nog geen sociaal wenselijk gedrag. Een leerkracht in de middenbouw kan zeggen: we gaan lezen, en dan gebeurt dat ook. Kleuters doen gewoon niet mee als ze er geen zin in hebben. En een kind dat niet meedoet profiteert te weinig van het aanbod.’
Woordenschat Er ontstaat een korte discussie over het aanleren van nieuwe woorden. Is het viertaktmodel van Marianne Verhallen echt goed? ‘Ja’, zegt Yvonne. ‘Maar als leerkracht weet je ook dat je moet aansluiten bij het moment. Je leert nieuwe woorden het beste als je ze ‘vanzelf’ tegenkomt. Aan de andere kant hebben sommige kinderen wel degelijk baat bij het expliciet en gericht aanleren van woorden.’
Doe het meteen Wacht niet met diagnosticeren en interveniëren. Een kind dat vanaf dag 1 niet meedoet, moet vanaf dag 1 verlengde instructie en gerichte aandacht krijgen. Niet bang zijn om stempels te drukken, maar bang zijn om het kind te lang aan zijn lot over te laten! ‘We gaan geen schooltje spelen, we blijven wel lekker spelen. Maar wel gestructureerd, begeleid en gestimuleerd door de leerkracht. Natuurlijk heeft het kind een eigen keuze. Maar daar kun je wel in sturen! Anders zie je het na twee jaar terug in de zorgverbreding.’
Zorgdossier Het zorgdossier moet vooral de kern bevatten. Wat hebben we gedaan, wat was het effect. ‘Soms zijn zorgdossiers te uitgebreid. Niet de hele context hoeft erin. De leerkracht in groep 3 moet snel kunnen zien hoe he met de taalontwikkeling van het kind gesteld is.’ Een planning maken heeft daarom zin. ‘Zo kun je makkelijker terughalen wat je hebt gedaan. Je kunt doelen stellen, bedenken wat je in dit jaar, deze week, deze dag wil aanbieden. Dat geeft houvast.’
Schema Yvonne presenteert een schema waarin is uitgewerkt hoe het dagritme eruit kan zien, welke activiteiten in de kleine of de grote kring plaatsvinden, hoeveel tijd er besteed wordt aan expliciet mondeling taalgebruik en expliciet woordenschat verwerven. ‘Het is niet in graniet gehouwen, maar geeft wel een evenwichtig aanbod aan taalactiviteiten.’ Ook is het handig voor de inspectie. ‘Dan kan je laten zien hoe je tijdsinvestering in elkaar zit.’
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, mei 2009 Foto's : Ineke Markestein
Links bij deze workshop
De Taallijn
De Taallijn is een werkwijze om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. De Taallijn is oorspronkelijk ontwikkeld ter versterking van bestaande VVE-programma's.
|