Sfeerverslag
Leg taal/leesresultaten op de middenstip! Utrecht, 26 mei 2008
Sfeerverslag
In haar welkomstwoord vertelt projectleider Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden Gea Spaans dat de taalpilots succesvol zijn. Aandacht voor taal staat hoog op de agenda van het ministerie van Onderwijs. ‘Staatssecretaris Sharon Dijksma verwijst daarbij steeds naar de taalpilots.’ Om topper te blijven is het belangrijk dat we de ambities hoog houden. Leerlingresultaten worden op veel scholen wel besproken, maar daarbij wordt vaak niet echt diepgaand gekeken waardoor de resultaten van de verschillende jaren uit elkaar lopen. Waar ligt dat aan? Is er meer leertijd nodig? Heeft de leerkracht scholing nodig? Moet er een andere methode komen? Meer handen in de klas?
Wat doet ertoe Aanpakken die ertoe doen staan bijeen op de website van de taalpilots. Er wordt veel gebruikt gemaakt van de informatie in de implementatiekoffer. Ook belangrijk is om je successen te vieren. ‘We hebben een Nederlandse traditie van “doe maar gewoon”, en “we moeten nog veel meer doen”, maar het is goed om ook eens te kijken naar de successen’, zegt Gea. ‘Vandaag scoren we!’
Hoe scoort Nederland Er is veel onderzoek naar Begrijpend Lezen gedaan, vertelt Wim van de Grift, inspecteur van het Onderwijs. Maar de resultaten worden vaak betwist. Uit sommige onderzoeken lijken Nederlandse leerlingen gelijk te blijven, terwijl uit andere blijkt dat het aantal zwakke lezers stijgt. Uit de Cito leesvaardigheidstoets blijkt bijvoorbeeld dat in groep 5 maar 33 procent voldoende scoort, terwijl dat 75 procent zou moeten zijn.
We kunnen er iets aan doen Uit onderzoek blijkt dat zwakke lezers ongeveer vijftien procent minder verdienen dan goede lezers. Er is een verband tussen intelligentie en goed scoren bij Begrijpend Lezen. Maar dat wil niet zeggen dat we er niets aan kunnen doen: met woordenschatontwikkeling, leesstrategieën aanleren, voorkennis activeren is nog veel winst te halen.
Taalzwakke scholen Op negen procent van de basisscholen scoort een op de tien leerlingen een E op de DMT-toets. Dat komt door zaken als onvolledig leerstofaanbod, weinig duidelijke uitleg, onvoldoende toetsen of de toets niet goed hanteren en onvoldoende afstemmen op verschillen tussen leerlingen.
Schoolleider Niet alleen de leerkracht, ook de schoolleider heeft invloed op de taalleesresultaten, betoogt Van der Grift. De schoolleider moet de prestaties analyseren en daar conclusies aan verbinden. Hij of zij is degene die ervoor kan zorgen dat klassen die veel aandacht vergen een ervaren leerkracht hebben, en zorgen voor nascholing voor leerkrachten die dat nodig hebben.
Presentaties scholen Twaalf scholen laten zien hoe zij taalbeleid op hun school in de praktijk vormgeven. Naast scholen die deelnemen aan de taalpilots laten ook scholen die geen deelnemer zijn, maar wel succesvol taalbeleid uitvoeren, hun resultaten zien.
Boorzeglochlaf Marianne Verhallen legt in haar inleiding de relatie tussen lezen en woordenschat. Het is nodig om een tekst vlot te kunnen decoderen, laat ze zien aan de hand van de tekst over het diertje de Boorzeglochlaf, dat gedeeltelijk in Griekse letters is opgesteld. Maar ook de woordenschat doet ertoe: wat is een boorzeglogloaf, wat is drineren, wat zijn ploons?
Driehoek Als we weten dat een Boorzeglochlaf een soort mol is, weten we al meteen veel meer en kunnen we ook raden dat drineren wel een soort graven zal zijn. Er is een wisselwerking tussen voorkennis, woordenschat en begrijpend lezen: door voorkennis kunnen we de betekenis van sommige woorden uit de context afleiden.
Nieuwe woorden Wie per dag een uur leest, leest per jaar twee miljoen woorden. Tussen de twee en vijf procent van die woorden kennen we niet, dat zijn tussen de 47.000 en 119.000 woorden per jaar. Die leren we ‘vanzelf’. Zo breiden we onze woordenschat uit. Het is daarom belangrijk dat een leerkracht ervoor zorgt dat kinderen een zo groot mogelijke woordenschat hebben. Dan hebben ze meer profijt van begrijpend lezen.
Samenhang Technisch Lezen, Begrijpend Lezen en woordenschat In zijn presentatie gaat Kees Vernooy in op de samenhang tussen vlot technisch lezen, begrijpend lezen en woordenschat. We hebben een beperkt korte termijn-geheugen, laat Vernooy zien. Spellend lezen kost tijd en ruimte in het geheugen, en als je woorden niet kent begrijp je de tekst niet. We hebben maar een beperkt aantal leesstrategieën nodig om een tekst te begrijpen. Vlot Technisch lezen is de hoeksteen van woordenschatontwikkeling.
Aantal woorden Lezen is belangrijk omdat daarmee de woordenschat daadwerkelijk wordt uitgebreid. Wie alleen gesproken taal bezigt, gebruikt ongeveer 4000 woorden. Dat is genoeg om je te redden. Maar voor het begrijpen van informatieve teksten van populair-wetenschappelijk niveau is ongeveer een woordenschat van 500.000 woorden nodig.
Workshops woordenschat In twaalf workshops geven experts informatie over woordenschatontwikkeling. De onderwerpen lopen uiteen van ‘woordenschatontwikkeling bij zaakvakken’ tot het beoordelen van de aanpak van woordenschatonderwijs in taalleesmethodes, het gebruik van ict, woordenschatontwikkeling in peuterspeelzalen en de rol van de taalcoördinator.
Subsidies Taalleesverbetertraject Parallel aan de workshops in het middagprogramma vond een informatiebijeenkomst plaats over de subsidies die scholen kunnen krijgen voor het meedoen aan een taalleesproject.
Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden, 27 mei 2008
|