Programma 26 mei 2008
Leg de taal/leesresultaten op de middenstip!
Werkconferentie Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden Programma en workshopbeschrijvingen
Alle scholen binnen de taalpilots zijn hard en enthousiast aan de slag. De eerste resultaten van de activiteiten die dit jaar zijn ondernomen worden zichtbaar. Deze resultaten willen we met elkaar delen! Tegelijk willen we nieuwe inspiratie opdoen. Op 26 mei 2008 van 09.00-16.30 uur organiseren we daarom een landelijke werkconferentie in Stadion Galgenwaard, een locatie waar ‘scoren’ belangrijk is.
Werkconferentie Tijdens deze conferentie zullen we ervaringen van een aantal scholen, die succes hebben geboekt in het verhogen van taal/leesresultaten, benutten als inspiratie. Dit doen we aan de hand van presentaties en uitwisseling van ervaringen tussen scholen. Woordenschatontwikkeling is een belangrijk punt van aandacht voor alle scholen van de Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden. Daarom is gekozen in het middaggedeelte woordenschatontwikkeling als inhoudelijk thema verder uit te diepen.
Programma
09.00 uur Ontvangst 09.30 uur Welkom door Gea Spaans, landelijk projectleider Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden 09.40 uur Presentatie door Wim van de Grift, Inspectie van het Onderwijs en Thoni Houtveen, lector monitor Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden 10.30 uur Naar de workshops 10.45 uur Workshopronde 1: presentaties van scholen 11.30 uur Workshopwissel 11.40 uur Workshopronde 2: presentaties van scholen 12.30 uur Lunchpauze 13.30 uur Inleiding door landelijke taalleesexperts Kees Vernooy en Marianne Verhallen 14.30 uur Workshopronde 3: woordenschat 15.20 uur Workshopwissel 15.30 uur Workshopronde 4: woordenschat 16.15 uur Afronding
Het ochtendprogramma
Scholen nemen in hun taalbeleid de eigen situatie als uitgangspunt. Daardoor verschilt de aanpak van taalleesonderwijs van school tot school. In de presentaties delen schoolleiders, taalcoördinatoren en intern begeleiders van taalpilotscholen en andere scholen die bewust taalleesbeleid hebben ingevoerd, hun ervaringen met elkaar en met de deelnemers.
Taalonderwijs in Nederland Centrale inleiding door Wim van de Grift en Thoni Houtveen
Verschillende internationale onderzoeken naar de prestaties van leerlingen monden soms uit in verschillende resultaten. Hoe staat het er nu werkelijk met de taalprestaties van de Nederlandse leerling? Zijn deze beter dan de Belgen, de Duitsers en de Engelsen, of gaan de resultaten toch achteruit? Wat kunnen scholen en leraren doen om de taalprestaties van hun leerlingen te verbeteren? Dat zijn de vragen waar Wim van de Grift (Inspectie van het Onderwijs) op zal ingaan. Onderwijskundige Thoni Houtveen (lector en monitor Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden) bespreekt de resultaten die het gevolg zijn van de inspanningen om het taalonderwijs te verbeteren. Ook geeft zij aan welke aanpakken de voorkeur verdienen en wat daarbij het belang is van monitoring en het werken met datafeedback.
De presentaties van de scholen
01. Emmausschool, Rotterdam, taalpilotschool Pim Geurts, schoolleider Michel van der Linden, taalcoördinator De Emmausschool in Rotterdam is een ‘zwarte’ school met circa 440 leerlingen. De afgelopen vier jaar is op deze school het Onderwijskansenplan met succes uitgevoerd. Maar de school vindt dat op het gebied van woordenschat en begrijpend lezen er nog veel meer verbeteringen mogelijk zijn. Daarom wordt fors ingezet op het verbeteren van leerkrachtvaardigheden. Dit gebeurt in de vorm van audits. Op basis van de uitgangspunten en strategieën van taal-leesspecialist Kees Vernooy is gedetailleerd vastgelegd hoe een leerkracht in de klas handelt. Het niveau van het onderwijs gaat hierdoor vooruit, en daarmee de resultaten van de leerlingen. Ambitieuze doelen stellen is volgens taalcoördinator Michel van der Linden een belangrijke voorwaarde voor het verbeteren van het taalleesonderwijs.
02. Hoge Raven, Utrecht, taalpilotschool Elly Rouwenhorst, schoolleider Openbare Basisschool De Hoge Raven staat midden in een Utrechtse wijk met een gemengde bevolking: aan de ene kant huurflats, aan de andere kant koopwoningen. De leerlingenpopulatie is een goede afspiegeling. Sommige kinderen kunnen al lezen in groep 3, andere kennen de letters nog niet. De school hecht veel belang aan de autonomie en de zelfsturing van leerlingen en leerkrachten, en past daarnaast directe instructie toe. Technisch lezen en woordenschat zijn de belangrijkste aandachtspunten. ‘In groep 3 gebruiken we Veilig Leren Lezen, daarmee kunnen we goed differentiëren’, vertelt directeur Elly Rouwenhorst. ‘Alle leerkrachten hebben een cursus Met woorden in de weer gevolgd. Het succes is zichtbaar: zowel in groep 3 als groep 4 zijn dit jaar de AVI-scores hoger dan het jaar ervoor.’
03. SBO De Klimop, Almere Margien Verkuyl, intern begeleider Op SBO De Klimop in Almere is het Leesinterventieproject LISBO– Lees Impuls Speciaal Basis Onderwijs – vier jaar geleden schoolbreed ingevoerd. Vier keer per week drie kwartier technisch lezen is een belangrijk aspect van LISBO, evenals het stellen van hoge doelen (twee AVI-niveaus per jaar vooruitgang) en het hebben van hoge verwachtingen van de leerlingen door de leerkrachten. ‘Het gaat erom dat het kind in de groep blijft, bij de leerkracht. Het is belangrijk wat de leerkracht doet’, is de overtuiging van intern begeleider Margien Verkuyl. ‘De leerkracht moet het juiste gereedschap in handen hebben.’ De leerkrachten zijn begeleid en ondersteund bij de aanpak van technisch lezen in de klas. Nu het niveau van het technisch lezen vooruit is gegaan, kan de school meer aandacht schenken aan begrijpend lezen.
04. Klimop (Klein-Coolstraat), Rotterdam Anneke Vermeulen, intern begeleider De meeste kinderen van de Klimop (Klein-Coolstraat) in Rotterdam komen uit Turkse en Marokkaanse gezinnen, vaak met laag opgeleide ouders. Samen met het CPS heeft het team een schoolontwikkelingsprogramma opgesteld, waarin het werken aan leesresultaten een belangrijk onderdeel vormt. Het doel is het verbeteren van het begrijpend lezen. Om dit te bereiken is er veel aandacht voor begrijpend luisteren, technisch lezen en woordenschat. Het onderwijsprogramma is aangepast: Piramide en fonemisch bewustzijn in de onderbouw, daarna Veilig Leren Lezen (aangepaste planning), tutorlezen en het vergroten van de leertijd voor lezen. Daarnaast zijn de leerkrachtvaardigheden verbeterd. De nieuwe, programmagerichte cultuur en de resultaatgerichtheid van directie en team leiden naar betere resultaten.
05. Kruispunt/Santenkraam, Amsterdam, taalpilotschool Marijke van Amersfoort, schoolleider De basisscholen Kruispunt en Santenkraam staan in Amsterdam Zuidoost. De scholen zijn sinds januari 2004 gefuseerd en hebben samen zo’n 500 leerlingen. Taal was al langer een speerpunt op de school, maar door het ontbreken van een doelgericht beleid bleven de resultaten toch achter. Dat taalbeleid is er nu. De school zet sterk in op woordenschat, en hecht daarnaast veel belang aan een doorgaande leerlijn in taal en lezen. Om het taalbeleid te coördineren is niet een taalcoördinator, maar een taalgroep ingesteld. De taalgroep legt klassenbezoeken af en ondersteunt leerkrachten bij de uitvoering. Alle teamleden werken hieraan mee. Het succes is zichtbaar: de resultaten verbeteren. Volgens directeur Van Amersfoort is het belangrijk om de tijd te nemen voor een goede invoering van vernieuwingen.
06. PC BS De Morgenster, Sleeuwijk Wim Marinissen, schoolleider Laurien van Oosten, intern begeleider en adjunct-directeur Protestants-christelijke basisschool de Morgenster in Sleeuwijk (463 leerlingen) is geen achterstandsschool. Wel baarde de leesuitval het team zorgen. Daarom heeft de school in 2004 besloten samen met het samenwerkingsverband deel te nemen aan het HARD-project. Zowel het team als intern begeleiders en directie zijn hiervoor geschoold. ‘Een belangrijke verandering is geweest dat we het tijdstip van lezen hebben veranderd. De hele school begint nu om half negen met lezen. We hebben het gesprek in de kring en het gebed verplaatst naar een ander moment’, vertelt adjunct-directeur Laurien van Oosten. ‘Ook hebben we in groep 3 kleinere taalleesgroepen ingericht.’ De leesuitval is teruggedrongen naar ongeveer vijf procent schoolbreed.
07. OBS Het Mozaïek Arnhem, taalpilotschool Carola Peters, schoolleider Openbare Basisschool het Mozaïek in Arnhem is een ondernemende school met een hoog ambitieniveau. De school wordt bezocht door overwegend leerlingen van allochtone afkomst en driekwart van de gezinnen leeft van een minimum inkomen. De school is resultaatgericht en zet zich in om de maatschappelijke kansen van kinderen te vergroten. Dat betekent: uit leerlingen halen wat erin zit. De prioriteiten liggen hierbij bij de basisvaardigheden taal, lezen en rekenen. Ook is er aan de school een voorschool verbonden, zodat al vroeg kan worden begonnen met het bestrijden van taalachterstanden. Een belangrijke succesfactor van Het Mozaïek is dat het een heldere visie heeft en een professionele cultuur. Daarnaast is het een doelgerichte, planmatige school met een éénduidige structuur. Het Mozaïek behaalt al jaren achtereen een cito-eindtoetsscore die rondom het niveau van het landelijk gemiddelde ligt.
08. OBS Rhederbrug, Oost Groningen Alexander van der Weide, schoolbegeleider Obs Rhederbrug is een kleine basisschool – gemiddeld 40 leerlingen - in de gemeente Bellingwedde, vlak tegen de Duitse grens. Uit een inspectiebezoek bleek dat de school begin 2000 een aantal risico’s kende. In de periode 2003-2007 is flink geïnvesteerd. Zo werd het leesaanbod onder de loep genomen en op een hoger plan gebracht, woordenschatonderwijs wordt nu volgens de didactiek van ‘viertakt’ gegeven, er vindt effectieve instructie plaats in combinatieklassen, de zorgstructuur is versterkt en de schoolbibliotheek is uitgebreid. De maatregelen hebben succes: de leesresultaten voor begrijpend lezen zijn door deze investering zichtbaar verbeterd. In het schoolplan 2007-2011 is begrijpend lezen als eerste prioriteit gekozen. Het gestelde doel werd al in januari 2008 gehaald.
09. Taaltuin, Schiedam, taalpilotschool Betty van Dam, schoolleider Openbare basisschool De Taaltuin telt 220 leerlingen van twintig nationaliteiten. Het taalbeleid op de school berust op drie pijlers: taalontwikkelende interactie, leesbeleid en woordenschatontwikkeling. Het uitgangspunt is de meertaligheid van de kinderen. De school bespreekt met de ouders hoe zij de taalontwikkeling van hun kinderen kunnen stimuleren door voor te lezen en liedjes te zingen in de eigen taal en te praten over de verschillen tussen het Nederlands en de thuistaal. Directeur Betty van Dam: ‘We leren kleuters om mooie zinnen te maken. Dat werkt goed, ze vinden het prachtig om lange zinnen te zeggen. Met “taalriedelen”- ritmisch voor- en nazeggen – slijpen we woorden en grammaticale structuren in. De kinderen vinden het leuk en zijn zich ervan bewust dat ze een tweede taal goed moeten leren.’
10. SBO De Tender, Enschede, taalpilotschool René Huitink, schoolleider Op SBO De Tender vinden vooral de moeilijk lerende kinderen een plek. De school telt 215 kinderen met een IQ van 60-80, waarvan ongeveer eenderde van allochtone afkomst. De ‘sbo-instelling’ dat een kind zich in de eerste plaats veilig moet voelen is niet losgelaten, maar daarnaast heeft de school een leerstofjaarplanning ingevoerd. Door meer tijd te nemen voor lezen, door hoge leesdoelen te stellen en leesinterventieprogramma’s zoals Ralfi in te voeren zijn de resultaten met lezen spectaculair verbeterd. De leerkrachten zien hun leerlingen vooruitgaan: in groep 3 wordt kern 8 van Veilig Leren Lezen bereikt. De Tender heeft ook het stillezen ingevoerd en er is geïnvesteerd in de schoolbibliotheek. Vooral het vergroten van de leestijd en klassenconsultaties van directeur en ib-ers hebben duidelijk zoden aan de dijk gezet, is de opvatting van het team.
11. Triangel, Almelo, taalpilotschool Kitty Luttikhuis, intern begeleider Annemarie van der Ros, schoolleider RK basisschool De Triangel in Almelo heeft twee locaties. Eén locatie staat in een gemiddelde wijk, de andere in een zogenoemd ‘onderwijsvoorrangsgebied’. Op beide locaties was het technisch leesniveau te laag, daarom is het verbeteren van de leesresultaten gekozen als speerpunt. Binnen het project Tutorscholen in afstemming (in het kader van passend onderwijs) waaraan de school mee doet, leren leerkrachten letterlijk af stemmen op de behoeften van leerlingen. Op de Triangel krijgt dit specifiek vorm in het leesonderwijs. Belangrijk in dit traject is het steeds bekijken van toetsresultaten met het hele team. De leesresultaten zijn inmiddels verbeterd. Nog belangrijker, lezen is een zaak voor het hele team. Directeur Annemarie van der Ros: ‘Lezen doet ertoe. Daar zijn de leerkrachten allemaal van overtuigd.’
12. Weerijs, Breda, taalpilotschool Ans van Deelen, taalcoördinator Miriam van der Heijdt, intern begeleider RK basisschool De Weerijs staat in het hartje van Breda. De school telt 125 leerlingen, waarvan ongeveer twee derde thuis een andere taal dan Nederlands spreekt. De school neemt vaker deel gesubsidieerde projecten, die worden ingezet om de eigen gestelde doelen te verwezenlijken. Met de taalpilot wordt het taalbeleid verder versterkt. Speerpunten daarin zijn woordenschat, begrijpend lezen en technisch lezen. Bij woordenschat wordt er getraind met de didactiek volgens Marianne Verhallen, bij begrijpend lezen en technisch lezen zet de school in op het versterken van de leerkrachtvaardigheden en het werken met evidence-based strategieën. Ook is er sinds dit schooljaar een deeltijd schakelklas ingericht waarin zeventien leerlingen van de groepen 4 en 5 drie dagdelen per week intensief taalonderwijs krijgen. ‘Taal is voor iedereen’, zeggen taalcoördinator Ans van Deelen en ib-er Miriam van der Heijdt. Een planmatige aanpak is volgens hen een belangrijke voorwaarde voor succes.
Het middagprogramma
Woordenschatontwikkeling Bij het verbeteren van het taal- en leesniveau is woordenschatontwikkeling een cruciale factor. Woordenschatonderwijs staat daarom centraal in het programma. Bij het inrichten van adequaat woordenschatonderwijs komen leerkrachten, intern begeleiders, taalcoördinatoren en schoolleiders voor vraagstukken en knelpunten te staan. Voor de invulling van de inleiding en workshops van het middagprogramma zijn we uitgegaan van de vragen die bij de voorinschrijving door scholen zijn gesteld.
De inleiding
Ohne parolen no can riederen enna ohne riederen no can parolen cogneren of: Woordenschat is cruciaal voor een goede leesontwikkeling Kees Vernooy en Marianne Verhallen Wat is een Boorzegloklaf? Goed vlot leren lezen is cruciaal voor het leren lezen en schrijven, maar een goede woordenschat is dat ook. De sterke relatie tussen begrijpend lezen en woordenschat is een van de meest consistente bevindingen in het leesonderzoek. Het Mattheuseffect – Wie heeft zal gegeven worden, of in dit geval: de goeden worden beter, de zwakken worden zwakker - bij lezen heeft dikwijls met woordenschat te maken. Een probleem is, dat kinderen uit de taalrijke en taalarme milieus al voorschools sterk van elkaar verschillen in omvang van woordenschat. Kinderen uit de minder taalrijke milieus komen dikwijls met een onvoldoende woordenschat de kleutergroepen binnen en als scholen niet aan woordenschat werken, worden die verschillen in de loop van de basisschool alleen maar groter. Een belangrijke opdracht voor scholen is dan ook die woordenschatkloof te dichten. Dit doet de school door het creëren van een rijke taalomgeving en door systematische en expliciete aandacht voor woordenschat. In deze duolezing maken Kees Vernooy en Marianne Verhallen de vertaalslag van theorie en onderzoek naar de praktijk. Ze behandelen in samenhang de problemen én de oplossingen van woordenschat- en leesonderwijs.
De workshops woordenschat
13. Zaakvakken en woordenschatontwikkeling Joop Stoeldraijer Om teksten te begrijpen bij vakken als wereldoriëntatie hebben kinderen een goede kennis van begrippen nodig. Leerkrachten constateren dat de woordenschat van leerlingen vaak ontoereikend is om op een goede manier en gemotiveerd deel te nemen aan deze zaakvakken. Een veel gehoorde kreet is: elke aardrijkskundeles wordt een taalles. Hoe kunnen we op optimale wijze de begrippen binnen wereldoriëntatie aan de orde stellen zodat leerlingen de betekenis, en dus ook de teksten, begrijpen? Hoe kunnen we dit doen zonder afbreuk te doen aan de motivatie van leerlingen en leerkrachten? We bespreken onder meer: - Welke mogelijkheden scholen en leerkrachten hebben om woordenschatontwikkeling ook buiten taal/leeslessen aan bod te laten komen, dus ook in het kader van zaakvakken en zonder er een taalles van te maken - Wat de mogelijkheden zijn om aanvullende materialen hierbij te gebruiken, zoals Nieuwsbegrip en Kidsweek.
14. Leerlingen aan zet bij monitoring woordenschatontwikkeling: De leerwijzer Marianne Verhallen Hoe kun je de lijn doortrekken van woordenschat naar lezen en naar succesvol leren? Hoe kun je kinderen op een speelse manier woordleer- en leesstrategieën aanleren die ze in alle vakken kunnen toepassen? Leerwijzer is nieuw ontwikkeld leerlingenmateriaal voor de bovenbouw. Het is een losbladige map met verschillende soorten invulbladen die inzetbaar zijn bij iedere methode. De leerlingen leren met Leerwijzer nieuwe woorden in hun onderlinge verband registreren, ordenen en inoefenen. In de workshop laten we zien welke mogelijkheden Leerwijzer biedt en hoe dat in de praktijk uitpakt.
15. Samen bouwen aan taalbeleid: de taaltoren Juana Kibbelaar en Elles Verschoor Taaltoren is een voorbeeld van een beleidsinstrument waarin taal niet bekeken wordt als vak apart, maar als een toren die wordt opgetrokken met het oog op schoolsucces. Taalbeleid is bouwen aan goed taalonderwijs. Het is belangrijk om een gedegen bouwplan te hebben: het optrekken van losse muurtjes heeft weinig zin. Een goed taalbeleidsplan is helder, breed gedragen, doelgericht en richtinggevend voor iedereen op school. Hoe kun je ervoor zorgen dat het hele team weet welke kant het op moet en hoe zorg je dat deze visie breed wordt gedragen? Wat betekent het voor een school om met Taaltoren aan de slag te gaan? De workshop geeft een voorproefje van het bouwen met Taaltoren. Daarnaast doet de directeur van basisschool Het Vogelnest verslag van hoe Taaltoren bij haar op school heeft uitgepakt. 16. Woordenschat en de taal/leesmethoden Sonja Hotho, Eveline Wouters Hoe beoordeel je als leerkracht of woordenschatontwikkeling voldoende is verwerkt in de taal/leesmethode? Hoe weet je of het aantal woorden wel toereikend is en de tijdsinvestering adequaat? Hoe kun je het taal/leesonderwijs aanpassen als woordenschatontwikkeling binnen het gangbare aanbod ontoereikend aan bod komt? Tijdens deze bijeenkomst staan deze vragen centraal.
17. Met Woorden in de weer in de midden- en bovenbouw Dirkje van der Nulft Veel scholen werken met de aanpak Met Woorden in de weer. Het aanleren van woorden gebeurt door het werken met clusters van woorden in relatie tot elkaar. Zo wordt gewerkt aan de verwerving van diepe woordkennis. Maar welke woorden selecteer je daarvoor? Welke woorden kun je los behandelen? En bovenal: hoe zorg je er nu voor dat leerlingen de aangeboden woorden onthouden? We doorlopen daarvoor een aantal speelse, creatieve en methodegeïntegreerde activiteiten die iedere leerkracht in de klas kan inzetten. 18. Met Woorden in de weer in de VVE Suzanne van Oers Op de peuterspeelzalen en in de onderbouw van het basisonderwijs krijgen veel leidsters en leerkrachten te maken met een onvoldoende Nederlandse woordkennis van hun leerlingen. Daar moeten zij mee aan de slag! Kinderen hebben gelukkig van nature een razendsnel woordleer-motortje. Er zijn vele kansen om deze motor op een simpele en leuke manier aan te zwengelen en draaiend te houden. In de workshop demonstreren wij hoe de leerkrachten dit kunnen doen.
19. Woordenschatontwikkeling en het gebruik van ict Jos Cop Woordenschatontwikkeling is een vakgebied waarin de verschillen tussen kinderen uitermate groot zijn. Daarbij gaat het zowel om de omvang van de totale woordenschat als de enorme variatie in de woordbetekenissen die kinderen wel of niet kennen. Onderwijs gericht op het vergroten van de woordenschat is daarom zeker niet eenvoudig. Gelukkig zien we de laatste jaren steeds meer materiaal verschijnen dat leerkrachten hierbij kan ondersteunen. Onderzoeken en praktijkervaringen wijzen steeds vaker op de toegevoegde waarde die het gebruik van ict op dit gebied kan hebben. In deze workshop zullen hier verder ingaan op de kenmerken van succesvolle toepassingen en enkele voorbeelden bekijken van toepassingen die het in zich hebben om het woordenschatonderwijs op een hoger niveau te brengen.
20. Ko heeft praatjes Nicolette van de Kreeke Het programma Ko heeft praatjes stimuleert de mondelinge taalvaardigheid én vergroot de woordenschat van kinderen in groep 3. De aanpak sluit nauw aan op Ik & Ko, maar kan ook in andere voorschoolconcepten worden ingezet, omdat het programma voortbouwt op de leerlijnen mondelinge communicatie en woordenschat voor groep 1 en 2. Inhoudelijk sluit Ko heeft praatjes aan bij de thema's van de leesmethode Veilig Leren Lezen (tweede maanversie). Knuffelpop Ko speelt de hoofdrol. Soms heeft Ko een voorwerp in zijn schoudertas, het startpunt voor een activiteit. In herkenbare situaties oefenen de kinderen spelenderwijs de aan te leren woorden. Ko heeft praatjes biedt drie leuke taalspellen. De kinderen spelen in kleine groepjes en communiceren zo op een functionele en betekenisvolle manier met elkaar, waarbij ze ook sociale vaardigheden ontwikkelen.
21. R.K. Basisschool De Vijfmaster, Veghel Ursula van Oirschot, taalcoördinator De Vijfmaster staat in een wijk met een gemengde bevolking. De 250 leerlingen zijn hiervan een goede afspiegeling. Drie jaar geleden is de school gestart met de invoering van de didactiek van Met woorden in de weer. In de onderbouw worden woorden geselecteerd die afkomstig zijn uit het VVE-programma Piramide of samenhangen met de seizoenen. Interactie over aangeboden woorden is in de onderbouw lastiger dan in de bovenbouw, signaleert taalcoördinator Ursula van Oirschot. ‘Het is moeilijker er diversiteit in te brengen.’ Zelf de juiste uitleg aan een woord geven, in plaats van de kinderen naar de betekenis van een onbekend woord te laten raden, is een belangrijke eye-opener geweest voor het team. ‘En als je een woord kiest dat voorkomt in de zaakvakken, hoef je het later, als je het tijdens de les tegenkomt, niet meer uit te leggen.’ In de workshop ligt het accent op de aanpak in de onderbouw. 22. Jenaplanschool Molenwijk, Boxtel Henk van Mourik en Noortje van Zanbeek, taalcoördinatoren Jenaplanschool Molenwijk (220 leerlingen) staat in een gemengde wijk, waarin zowel huurflats als nieuwbouw- en koopwoningen staan. Naast kinderen uit de wijk komen ook uit andere wijken kinderen naar de Jenaplanschool. Na implementatie van een nieuwe taalmethode in het Jenaplanonderwijs is het uitbreiden en verbeteren van de woordenschat het belangrijkste speerpunt in het taalbeleidplan. Het hele team heeft de tweedaagse training Met woorden in de weer gevolgd. De assessments doen de taalcoördinatoren zelf. Zij coachen ook collega’s in de uitvoering van de woordenschatactiviteiten in de. Tijdens de workshop gaan we vooral in op de implementatie van taalbeleid en de rol van de taalcoördinator.
23. Basisschool De Kameleon, Den Helder Wilma van der Meer, schoolleider De Kameleon staat in een ‘sociaal zwakke’ wijk. De ongeveer honderd leerlingen zijn bijna allemaal van autochtone afkomst. Vorig jaar heeft het hele team een tweedaagse training en een ‘assessment’ gedaan van het programma Met woorden in de de weer. Daarnaast heeft de taalcoördinator samen met het team een taalbeleidplan opgesteld. ‘Het is een intensieve tijd geweest’, vertelt schoolleider Wilma van der Meer. ‘Maar de samenwerking binnen het team, samen woordclusters maken en portfolio’s, is heel goed geweest. We hadden al eens eerder een programma over woordenschat uitgevoerd, en het enthousiasme was een beetje weggezakt.’ Het resultaat is inmiddels zichtbaar in de citoscores. Ook zijn de leerkrachten zich meer bewust geworden van het belang van woordenschatonderwijs, en kijken vanuit dit perspectief naar de methodes voor begrijpend lezen en wereldoriëntatie. In de workshop wordt ingegaan op deze resultaten.
24. De eerste opvang: ‘Prisma Mondeling Nederlands’ Yolaine de Wit en Arie van den Berg, ontwikkelaars Het mondelinge onderdeel van het taalprogramma van het Prismapakket is vernieuwd. Het ontwikkeltraject is nog niet klaar maar tijdens de workshop kunnen de deelnemers al zien, proeven en ervaren hoe de nieuwe lessen in elkaar zitten. De structuur is hetzelfde als bij de oudere versie, maar de taaldidactiek is vernieuwd. Componenten als interactie, betekenisvolle contexten en betrokkenheid vormen de basis van de nieuwe lessen.
Informatie en inschrijven
Doelgroep: taalcoördinatoren, IB-ers, leerkrachten en directeuren van de deelnemende pilotscholen. Wij nodigen van iedere pilotschool twee deelnemers uit. Kosten: De deelnamekosten bedragen € 95,00 per persoon. Inschrijven: individueel online via www.deelnameregistratie.nl.
Tijdens uw inschrijving kunt u 4 workshops reserveren. In de ochtend zijn dat 2 scholenpresentaties en in de middag zijn dat 2 workshops over woordenschatontwikkeling. Volgeboekte workshops worden (browserafhankelijk) aangegeven met een rode balk en/of een sterretje en kunnen niet meer worden toegewezen. Maak uw online inschrijving definitief met de knop 'ok+verzend' en u ontvangt per omgaande een e-mailbevestiging met de gegevens van uw aanmelding. (Ontvangt u geen bevestigings e-mail, neem dan direct contact op met de deelnameregistratie).
Bent u al ingeschreven? Let dan op: Deelnemers die al zijn aangemeld via de 'voorinschrijving' maar nog geen workshops hebben gereserveerd, ontvangen persoonlijk bericht per e-mail met een toelichting hoe zij hun workshopkeuze kunnen toevoegen aan de bestaande inschrijving. Schrijf in dat geval niet opnieuw in, dit om dubbele facturering te voorkomen. Neem bij twijfel aub contact op met de deelnameregistratie.
Routebeschrijving: In de week voorafgaand aan de conferentie sturen wij u per email een routebeschrijving toe.
Informatie: Voor informatie over uw inschrijving kunt u contact opnemen met de deelnameregistratie, 036-5331941 (10.00-12.00 uur) of e-mail innovatiepo@deelnameregistratie.nl
Wij begroeten u graag op 26 mei aanstaande.
Met vriendelijke groet,
Gea Spaans, Projectleider Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden
Deelnameregistratie
Download het programma en de workshopbeschrijvingen als pdf
[-
161 Kb
]
Tijdschema workshops (pdf)
[-
29 Kb
]
|
|